Zoals wellicht binnen alle vakorganisaties bekend dat op dit moment binnen de rijksoverheid sprake is van een voorstel tot harmonisatie van het dienstreizen beleid. Bijna alle ministeries zullen zich bij de uitvoering gaan aansluiten, behalve een ‘paar apart’. De oplettende lezer van deze website snapt het al …. Defensie wil weer een aparte positie innemen wat betreft vliegreizen en dan met name de klasse indeling bij intercontinentale vluchten (riekt weer eens naar een aparte behandeling ….of niet soms?). 

Daar waar Defensie anno 2016 het aparte en totaal achterhaalde vooroorlogse concept van indeling naar rang/stand wil blijven hanteren, kiezen de overige ministeries voor een normtijd qua aantal uren dat de vliegreis bedraagt; dus ongeacht rang of stand. Naar onze bescheiden mening is deze benadering duidelijker en vooral eerlijker.

Naast de indeling naar rang/stand voor defensiemedewerkers doet zich nog een aparte evenals merkwaardige situatie voor: daar waar ambtenaren van andere ministeries in sommige situaties ‘samen kunnen vliegen’ (denk bijvoorbeeld aan samengestelde teams), ‘mogen’ defensiemedewerkers apart achterin plaatsnemen terwijl de overige teamleden op intercontinentale vluchten business kunnen vliegen (klinkt toch behoorlijk apart).

Dit komt met name naar voren in situaties waarin defensiemedewerkers (zowel burger als militair) zijn uitgeleend aan andere overheidsinstanties. Als zij als onderdeel van een team (intercontinentaal) op stap gaan ‘mogen’ zij straks, ondanks de zogenaamde harmonisering, apart achterin plaatsnemen terwijl hun collegae van andere ministeries voorin in de businessklasse zitten. En dit terwijl zij allemaal tot hetzelfde team behoren en dezelfde taken uitvoeren. Helemaal apart (of misschien zelfs absurd) wordt het als de projectleider (een defensiemedewerker) van een groep apart van zijn team ‘achterin mag zitten’, terwijl zijn medewerkers (collega’s van andere ministeries) ‘voorin plaats mogen nemen’.

Vroeger bestond nog een ‘ontsnappingsclausule’ binnen het reisbeleid, namelijk dat het bevoegd gezag in bepaalde situaties mag afwijken indien bijvoorbeeld in teamverband werd gevlogen. Nog niet zo lang geleden is dat op een of andere aparte manier op slinkse wijze in de tekst van het dienstreizenbesluit komen te vervallen. Deze passage heeft plaats gemaakt voor een tekst waarin dit alleen nog maar van toepassing kan zijn in geval van persoonsbeveiligers.

Maar eigenlijk was zo’n zinsnede in de praktijk vaak toch al geen echte optie. De defensiemedewerker is nog steeds overgeleverd aan de (persoonlijke) grillen van de meerdere, die het al dan niet (on)nodig vindt; vaak vindt de DIDO-transactiehandelaar (=de baas) het niet nodig dat medewerkers van defensie – als lid van een team – in hetzelfde vliegtuig samen met datzelfde team in dezelfde (business)klasse worden geboekt. De praktijk is dat zij meestal gewoon weer apart economy zitten en stomweg pech hebben … lekker apart ….!

Snelheid is nu geboden omdat een nota over dit defensiebesluit (vasthouden aan indeling o.b.v. rang/stand) net klaar is en is/wordt aangeboden aan het SOD ter behandeling/ goedkeuring. Tijd om eens werk te maken van de wens dat defensiemedewerkers (zowel burger als militair) onder dezelfde omstandigheden dezelfde rechten krijgen als ambtenaren van overige ministeries en niet meer apart worden weggezet.

De bijzondere positie als defensiemedewerker mag nimmer het excuus zijn om een groep op welke manier dan ook apart te behandelen. Het zou van aparte klasse getuigen zijn als Defensie toch eindelijk eens gaat luisteren en niet meer zo apart doet!

Bron: ingezonden brief/redactie