De vakcentrale FNV was afgelopen maandag niet in staat de rijen te sluiten en het pensioenakkoord te ondersteunen. In de aanloop naar het Kamerdebat van afgelopen, donderdag, over dat akkoord heeft nog spoedoverleg plaatsgevonden tussen sociale partners en overheid, om alsnog te proberen de vakcentrale over de streep te trekken en de Kamerbreed gesteund pensioenpakket voor te leggen. Tijdens dat overleg zijn alle ‘ja, mits’ en ‘nee, tenzij’ voorwaarden van de sociale partners over tafel gekomen en dat heeft tot dit akkoord geleid.

De volgende nieuwe dan wel aanvullende afspraken zijn gemaakt:

  1. Werkgevers nemen alsnog bij onderdekking hun verantwoordelijkheid door bijstorting of door premieverhoging. Dit was een belangrijke voorwaarde voor het ‘ja, tenzij’ standpunt. De andere kant van de solidariteitsmedaille is dan dat bij overdekking door de werkgever geld kan worden onttrokken aan het fonds of dat de premie wordt verlaagd. Afspraken over hoe precies om te gaan met bijstorting en onttrekking moeten nog worden gemaakt. Door deze afspraak is de reuk van ‘casinopensioen’ dat rondom het akkoord was gaan hangen, behoorlijk geneutraliseerd.
  2. Een andere voorwaarde was de prudentie (wijs beleid, voorzichtigheid) die in acht moet worden genomen bij de aanname van toekomstige rendementen. Zo kunnen te rooskleurige percentages de financiële fundamenten onder het fonds weg slaan door een te lage premie te heffen of door te snel te gaan indexeren. Gevolg van snelle indexatie is weer dat de aanwezige gelden voornamelijk worden gebruikt voor de huidige oudere generaties, ten nadele van jongere deelnemers.
  3. Er komt een nominale werkbonus(overeengekomen “vastgelegd” geldbedrag )voor de mensen die doorwerken tussen 61 en 65 jaar. Deze werkbonus gaat de inkomens gerelateerde doorwerkbonus en de hoge arbeidskorting voor de oudere werknemer vervangen. Deze wijziging is door minister Kamp ingebracht om lage inkomens toch met 65 jaar met pensioen kunnen blijven gaan. Er komt een overgangsmaatregel voor de hogere inkomens die de inkomensachteruitgang van deze groep aanzienlijk beperkt.
  4. De levensloopregeling blijft bestaan voor alle mensen die daar nu al gebruik van maken en minimaal € 3.000,- hebben ingelegd. Deze mensen kunnen premie blijven inleggen en kunnen het tegoed blijven gebruiken voor vroegpensioendoeleinden. Voor alle werknemers en ook zzp-ers die niet aan deze voorwaarden voldoen komt er een spaarregeling tot maximaal € 20.000,- op basis van de omkeerregel. De regeling kent geen geclausuleerde (vastgelegde) spaardoelen, met uitzondering van de regel dat de laatste twee jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd maximaal € 10.000,- per jaar uit de pot kan worden genomen.
  5. Er komt een mobiliteitsbonus van € 3.500,- voor het in dienst nemen van een 55-plusser gedurende drie jaar. Gaat het om een 50-plusser dan is de bonus groot € 7.000,-. Er komt een van werk naar werk (VWNW) budget. Concrete afspraken over een VWNW-budget in de CAO leiden tot financiële ondersteuning door de overheid. Zo worden bijv. de scholingskosten van met ontslag bedreigde werknemers gecompenseerd door de overheid.

Tijdens het debat gisteren in de Tweede Kamer zegde minister Kamp toe dat er een regeling komt voor mensen met een arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsuitkering, zodat deze doorloopt tot de nieuwe AOW-leeftijd van 66 of 67 jaar.

De PvdA eiste nog aandacht voor de positie van de werknemers met een laag inkomen die toch met 65 jaar met pensioen willen. Ook daar zegde minister Kamp toe maatregelen te treffen, zoals hij dat ook al gedaan had in het eerdere gesprek met de sociale partners.

FNV Bouw is ondertussen akkoord gegaan met dit voorstel waardoor binnen de vakcentrale een meerderheid is ontstaan en is het pensioenakkoord er eindelijk door, en hoeft minister Kamp niet terug te grijpen op de afspraken uit het regeerakkoord.

(bron Prodef FVNO/KNMO)

Interessant? Deel het!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •