Dat overkwam een militair die na het winnen van een ontslagprocedure weer bij Defensie aan de slag wilde. Na weken van wachten, hij zou door Defensie weer worden opgeroepen, vergeefse telefoontjes, kwam de bodem van de portemonnee in zicht. Gedwongen door te weinig inkomsten besloot de militair toch maar iets nuttigs te gaan doen en solliciteerde in de metaalindustrie waar hij als lasser direct aan de slag kon.

Hij was al 9 maanden aan het “nieuwe werk” bezig toen Defensie ineens wel reageerde. U raadt het al ambtelijke molens draaien langzaam. Het toerental bij deze militair was schijnbaar al maanden tot nul gereduceerd. Maar nu wilde men de militair terstond zien. Er ontstond een fikse ruzie met veel spraakverwarring. De militair nam daarop contact op met de raadsmannen van de ODB. Deze adviseerde direct, er was immers geen straf opgelegd, om IGK voor bemiddeling in te schakelen.

IGK reageerde direct maar de militair vertrouwde de ontstane situatie niet en vlak voordat een afgevaardigde namens de IGK bij de militair thuis langs zou komen nam hij weer contact op met de ODB. De administratie reageerde direct door contact met de voorzitter op te nemen die toevallig in de buurt van de woonplaats aanwezig was.

De voorzitter en de vertegenwoordiger van IGK arriveerden gelijktijdig bij het woonhuis. In een uur was de situatie voor alle partijen duidelijk geworden. Het advies van de ODB werd na intern beraad door IGK als zeer redelijk gevonden. De militair hoefde zijn nieuwe functie niet op te geven, en werd burger daarnaast ontving hij een jaarsalaris omdat Defensie in dit (uitzonderlijke) geval nalatig was geweest.

Toch die ODB weer.