Op 29 maart 2012 vindt de Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, dat het Openbaar Ministerie Telegraaf-journalist Jolande van de Graaf onterecht als verdachte heeft aangemerkt.

Het Openbaar Ministerie had de vervolging van de journaliste beëindigd met als sepotcode 07 (onrechtmatig verkregen bewijs). Deze code betekent dat de verdenking tegen de journaliste is blijven bestaan en leidt dan ook tot een aantekening op haar strafblad. De Nationale ombudsman doet de minister van Veiligheid en Justitie de aanbeveling sepotcode 07 te wijzigen in code 01 (onterecht als verdachte aangemerkt).

Onbelemmerde journalistieke nieuwsgaring met bronbescherming is een belangrijke voorwaarde voor het verwezenlijken van de vrijheid van meningsuiting. De ombudsman stelt vast dat de officier van justitie de verdenking alleen heeft gebaseerd op onrechtmatig onderzoek van de AIVD en geen eigen afweging heeft gemaakt. Daarbij heeft hij onvoldoende stil gestaan bij de bijzondere positie die een journalist in het kader van het recht van vrije nieuwsgaring heeft. Brenninkmeijer: ‘Het Openbaar Ministerie moet dus zeer terughoudend zijn om journalisten die misschien wel staatsgeheime informatie publiceren, als verdachte aan te merken.’ Die terughoudendheid is hier niet betracht, aldus de ombudsman. Dit klemt temeer nu achteraf is gebleken dat de aanvankelijke verdenking alleen is gebaseerd op bewijsmateriaal dat door de AIVD is verkregen door buitenproportionele (en dus onrechtmatige) inzet van bijzondere middelen (zoals telefoontaps).

Achtergrond

In 2009 schreef de journalist op basis van geheime informatie twee artikelen voor De Telegraaf. Het eerste artikel ging over de informatieverstrekking door de AIVD aan de regering voorafgaand aan de oorlog in Irak. Het tweede artikel betrof de beveiliging van de Dalai Lama bij zijn bezoek aan Nederland. Volgens de AIVD kon zij die geheime informatie uitsluitend van een AIVD-medewerker hebben gekregen.

Onderzoek AIVD-medewerkers

De AIVD ging op zoek naar het lek in de eigen organisatie, luisterde o.a. de telefoon van de journaliste af en constateerde dat zij contacten had met een AIVD-medewerkster en haar partner. Deze werden beiden gearresteerd en strafrechtelijk vervolgd wegens verstrekking van staatsgeheime informatie. De strafvervolging van de AIVD-medewerkster en haar partner eindigde in vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs.

Onderzoek Telegraaf-journaliste

Ook de journaliste werd vervolgd op verdenking van het openbaar maken van staatsgeheimen. Haar woning werd doorzocht en er werden computers, telefoons en documenten in beslag genomen. De Telegraaf spande een kort geding aan tegen de Staat om de inzet van bijzondere middelen tegen de journaliste te stoppen en werd door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof in het gelijk gesteld.

Journaliste niet vervolgd vanwege onrechtmatig verkregen bewijs

Op basis van die onrechtmatige taps werd de journaliste vervolgd voor het lekken van staatsgeheimen. Uiteindelijk werd de vervolging beëindigd omdat er sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs. In zo’n geval blijft de verdenking echter bestaan en dat leidt tot een aantekening op het strafblad.

Volgens de ombudsman is de journaliste echter onterecht als verdachte aangemerkt. Hij adviseert Opstelten dit alsnog te repareren.

De ombudsman wijst erop dat journalistieke nieuwsgaring met bronbescherming een belangrijke voorwaarde is voor het verwezenlijken van de vrijheid van meningsuiting. De officier van justitie heeft volgens hem ‘onvoldoende stil gestaan bij de bijzondere positie die een journalist in het kader van het recht van vrije nieuwsgaring heeft’.

En Montesqieu draait zich in Parijs nog maar eens om in zijn graf. De beschermer lijkt de kwaal te zijn geworden. l’histoire se répète

Bron: www.ombudsman-nieuws.nl