De aangifte van een ODB lid (weduwe) werd verzorgd door de belastingservice van onze bond. De weduwe deed aangifte van haar inkomstenbelasting en deze van haar in dat jaar overleden echtgenoot. De berekening van de aangifte door onze belastingcoördinator geeft aan dat de overleden echtgenoot een bedrag terugkrijgt, welke toevloeit aan de erven van, zijnde de weduwe natuurlijk.

Een jaar later komt de definitieve aanslag bij betrokken weduwe in de bus. Hierin staat dat, in plaats van het reeds uitgekeerde bedrag, het bedrag ineens met de factor 10 is verhoogd en dat de weduwe nog een leuke som tegemoet kan zien. Dit bedrag is ondertussen op haar rekening gestort.

Navraag bij de belastingdienst levert alleen maar het commentaar op dat de berekening zoals deze door de belastingdienst en op de definitieve aanslag staat vermeld de enig juiste is.

Herberekening van de aangifte met alle beschikbare belastingprogramma’s levert alleen het initiële bedrag op, welke in eerste instantie door het ministerie was overgemaakt.

Ons lid wilde ondanks de opmerking van de belastingdienst het bedrag, zonder toevoeging van gegevens (die heeft ze immers niet meer) terugstorten op de rekening van de belastingdienst.

Dit is haar afgeraden, daar de belastingdienst nooit kan nagaan van wie (BSN-nummer en aanslagnummer) de teruggestorte gelden zijn. Mevrouw dient dit bedrag op een aparte rekening te zetten en een periode van maximaal 5 jaar af te wachten wanneer de belastingdienst dit bedrag eventueel terugvordert.

bron: Belastingservice ODB