Deze vraag, gesteld door een bezorgde ouder, bereikte de voorzitter van de ODB op een maandagmiddag. Vader en zoon werden uitgenodigd om de dag erop over de zaak te praten. Tijdens het gesprek kwam naar voren dat door een groot aantal ongelukkige gebeurtenissen zijn zoon was voorgedragen voor ontslag.

In het gesprek werd al snel duidelijk dat de bond waar betrokkene lid van was, niets aan deze zaak wilde doen. De jurist en drie advocaten van deze bond vonden de kans op een succesvolle rechtsgang namelijk te klein, omdat naar hun mening het bewijs te matig was.

De voorzitter activeerde dezelfde dag nog zijn netwerk binnen Defensie. Er was haast geboden want de militair had nog maar vier weken te gaan voordat hij definitief zijn wapenrok aan de wilgen moest hangen. Het onderhandelen met verschillende instanties nam slechts één week in beslag, waarbij alle onwaarheden werden weggepoetst. Defensie moest daarbij erkennen dat er nooit een echte ontslaggrond was geweest; er was alleen maar sprake van kwaadsprekerij.

De militair was al aan het uitrouleren toen hij werd gebeld hiermee te stoppen. Hij moest zich melden op een nieuwe plaatsing. De militair is alweer enkele jaren tot tevredenheid van zijn werkgever bij Defensie werkzaam en is ondertussen bevorderd tot onderofficier.

Bron: Juridische Dienstverlening