De militairen die in Nederlands-Indië hebben gediend zijn een leven lang op patrouille geweest. Dat zei minister van Defensie, Jeanine Hennis zaterdag 3 september tijdens de herdenking voor de ruim 6.200 Nederlandse militairen die in het voormalige Nederlands-Indië of in Nieuw-Guinea zijn gesneuveld bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 (NIM) in het wandelpark Hattem te Roermond.

Zij keek terug op de strijd die militairen ook hadden toen ze weer in Nederland terugkwamen. ,,De strijd in Nederlands-Indië is onmiskenbaar vormend geweest voor het verdere leven van deze veteranen. Toen zij terugkeerden uit dat verre Indië, brak een verwarrende periode aan. Bij terugkeer was nationale waardering en erkenning ver te zoeken. Eerder een zwijgen, en soms erger”, aldus Hennis.

,,U heeft enorme inzet getoond. Toen, maar ook daarna. Een leven lang op patrouille. Bepaald geen sinecure. Mede dankzij uw inzet voor erkenning en waardering zijn de afgelopen decennia de fundamenten gelegd voor het huidige veteranenbeleid. En daar zijn de nieuwe generaties veteranen u zeer dankbaar voor.”

Na de toespraken volgde de taptoe waarna de eerste kransen werden gelegd. Namens de ODB waren Erik Jurriëns en Aad Splinter aanwezig. Aad legde namens bestuur en leden van de ODB een fraaie krans bij een van de vele monumenten. De Landmacht verzorgde de erewacht bij het monument en de luchtmacht voerde gedurende de plechtigheid een zogenaamde missing man formatie uit.

De Nederlandse regering stuurde kort na de oorlog 100.000 dienstplichtige militairen naar Nederlands-Indië (enige duizenden soldaten weigerden uitgezonden te worden) om de vooroorlogse verhoudingen te herstellen. De samenstelling in Indië was uiteindelijk Koninklijke Landmacht: 120.000 militairen, Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL): 70.000 militairen en de Koninklijke Marine: 15.000 militairen. Maar tijdens de Japanse bezetting was het Indonesische nationalisme gestimuleerd en daardoor erg sterk geworden. De Indonesiërs wilden een eigen republiek.

Nederland weigerde in 1945 de Indonesische onafhankelijk te accepteren. Na ruim vier jaar strijd erkende de regering eind 1949 de nieuwe staat Indonesië. Die periode werd gekenmerkt door militaire schermutselingen tussen het Nederlandse leger, waarvan de twee politionele acties het bekendste zijn geworden.

Nederland wist alleen Nieuw-Guinea te behouden. In eerste instantie om als vestigingsgebied te dienen voor de Indische Nederlanders die niet in het nieuwe, onafhankelijke Indonesië wilden blijven en die eigenlijk ook niet zo welkom waren in Nederland.

Begin jaren zestig werd door de Amerikaanse regering (industriële belangen) onder leiding van president John F. Kennedy de diplomatieke druk en op Nederland vergroot om Nieuw-Guinea te verlaten. Ook prins Bernhard speelde hier een rol in. Ongeveer tegelijkertijd begon Indonesië met een ‘confrontatiepolitiek’ om het grondgebied in handen te krijgen.

In januari 1962 voerden drie Indonesische motortorpedoboten (MTB’s) vol met infiltranten bijvoorbeeld nog een aanval uit op Nieuw-Guinea. In de Slag bij Vlakke Hoek werden ze verjaagd door een Nederlands oorlogsschip, het fregat Hr.Ms. Evertsen. Eén MTB werd tot zinken gebracht. Maar binnen een jaar zag Nederland zich genoodzaakt Nieuw-Guinea over te dragen aan een ‘tussenbewind’ van de VN. De koloniale rol van Nederland in het Verre Oosten was daarmee voorgoed uitgespeeld.

2016-09-03 022 herdenking NIM
bron: NIM/De Limburger/redactie