Anne Applebaum (1964), winnares van de Pulitzer Price voor haar boek ‘Gulag’ in 2004, schreef haar tweede groot werk. ‘IJzeren Gordijn’ gaat over de inlijving van Oost-Europa door de Sovjet-Unie en over de gewelddadige methodes die zij en hun Oost-Europese collaborateurs gebruikten om de etnische Duitsers te verdrijven en de bevolking naar hun hand te zetten.

Applebaum is een Amerikaanse die sinds 1988 in Warschau woont. Van daaruit rapporteerde ze tussen 1988 en 1991 voor The Economist over de omwentelingen in Oost-Europa. Ze trouwde er met Radoslaw Sikorski, de huidige Poolse minister van Buitenlandse Zaken.

IJzeren Gordijn – De inlijving van Oost-Europa 1944-1956 gaat over de inlijving van Oost-Europa door de Sovjets en de gewelddadige methodes die zij en hun Oost-Europese collaborateurs gebruikten om de Duitse bewoners te verdrijven en de bevolking naar hun hand te zetten.

Voor haar studie kreeg ze toegang tot archieven die vijf decennia gesloten bleven. Er rustte lang een taboe op dit onderwerp. Rusland stond immers aan de zijde van de geallieerden, die Europa bevrijd hadden van de ergste kwaal uit haar geschiedenis: het nazisme.

Bovendien waren de VS en Groot-Brittannië medeschuldig, want op de topontmoetingen in Moskou (oktober 1944) en Jalta (februari 1945) hadden Churchill en Roosevelt Oost-Europa wetens en willens overgelaten aan Rusland, in ruil voor de steun van Stalin aan de oorlog tegen Japan en voor zijn deelname aan de nog op te richten Verenigde Naties (VN).

Het Westen keek ook de andere kant op toen Rusland de Poolse en andere verzetsleiders, die met de westerse geallieerden hadden meegevochten tegen de nazi’s, arresteerden en executeerden, in plaats van ze een eervolle functie te geven. Stalin vreesde immers dat ze anders ook het verzet tegen hen zouden gaan leiden. Zo waren ook de Poolse brigades, die vanuit Engeland delen van Europa , waaronder Nederland mee bevrijdden, in Polen niet meer welkom.

Na de militaire verovering, die gepaard ging met doelbewust angst zaaien, plunderen, fabrieken ontmantelen, moorden en massaal verkrachtingen, volgde de communistische machtsovername volgens een vast schema: eerst werd de geheime politie opgericht, met lieden die in Moskou waren opgeleid.

De leiders die ze installeerden (waaronder Bierut, Rakosi, Ulbricht e.a.) werden ook uit Moskou overgevlogen. Daarna volgden de etnische zuiveringen, die in strijd waren met de communistische principes. Volgens de akkoorden van Potsdam (juli 1945) moest de verdrijving van de Duitsers, die vaak al eeuwen in Oost-Europa woonden, “ordelijk en humaan” gebeuren. In werkelijkheid waren het wrede klopjachten, waarbij miljoenen mensen genadeloos onteigend werden en naar Duitsland verdreven werden.

Dit gold ook voor de miljoenen Polen, die uit Oekraïne naar Polen werden verdreven. De grens van de Sovjet-Unie verschoof 200 km naar het westen. Verder werden miljoenen Oekraïners uit Polen naar Oekraïne verjaagd en Hongaren uit Tsjecho-Slowakije naar Hongarije. 70.000 etnische Duitsers, die in Roemenië woonden, werden gedeporteerd naar de Sovjet-Unie.

Applebaum schat het totale aantal verdreven Duitsers op 12 miljoen: 7,6 uit Polen, 2,5 uit Sudetenland (Tsjecho-Slowakije), 0,2 uit Hongarije, de rest uit de Baltische staten, Oekraïne, Roemenië en Joegoslavië. Ze vestigden zich in Oost- of West-Duitsland, waar ze de onderklasse werden: ze hadden immers geen bezit meer, ze spraken dialecten, hadden andere gewoonten en arriveerden in hun “nieuwe vaderland” met besmettelijke ziektes zoals tyfus en dysenterie.

Lees meer…

bron: Dewereldmorgen.be

noot: Boek is o.a. verkrijgbaar via de boekshop van De wereldmorgen.be Deel I van het boek gaat over de installatie van het communisme, deel II over de consolidatie.

auteur Anne Applebaum

549 pagina’s

ISBN: 9026326300