Kolonel Karremans krijgt weinig rust na het militaire fiasco in 1995 in Srebrenica. Karremans werkte recentelijk mee aan het TV documentaire van de KRO en bemerkte dat de uitzending niet zou worden zoals was afgesproken. Daarop vroeg hij een verbod aan op de uitzending.

Het Openbaar Ministerie in Arnhem onderzoekt momenteel de rol van Karremans in Srebrenica omdat nabestaanden van de slachtoffers in Srebrenica aangifte deden van genocide en oorlogsmisdrijven. Hierdoor is het belangrijk dat de documentaire uiteraard geen zaken ‘verkeerd’ op TV uitzend. Vanuit dat oogpunt heeft Karremans dus helemaal gelijk.

Bovenstaande toont weer eens aan dat als een militair door de politiek op een onmogelijke uitzending wordt gestuurd en het gaat fout, die militair ter verantwoording wordt geroepen en niet de politici die hem daarheen stuurden met ontoereikende, ongeschikte en/of helemaal geen bewapening. Carla del Ponte, voormalige hoofdaanklager van het Joegoslavië Tribunaal gaf in 1995 weliswaar aan dat militaire commandanten een zekere beleidsvrijheid hebben om militaire middelen in te zetten, maar dan moet je die militaire middelen uiteraard wel hebben meegekregen.

Het internationale strafrecht legt echter alle verantwoordelijkheid bij de militair neer. Staten en ministers van Defensie zijn namelijk internationaal-strafrechtelijk niet aan te spreken op schending van militair-ethische codes.

Gaat het dus fout, zoals bij kolonel Karremans die zich samen met zijn manschappen geconfronteerd zag met een militaire overmacht die wél tot de tanden was bewapend, dan krijgt de militair uiteindelijk de zwarte piet. Een militair die bewust en om enkel politieke redenen niet de wapens meekrijgt die hij nodig heeft in een oorlogsgebied, hoort het wettelijke recht te hebben later die politici in vrijwaring op te kunnen roepen in enige strafzaak.

U bent gewaarschuwd!