De financiële positie van de meeste van de 388 pensioenfondsen in ons land is in 2013 verbeterd waardoor het overgrote deel van de deelnemers niet met een verlaging op zijn nominale pensioenaanspraak per 1 april a.s. te maken krijgt. Naar verwachting zullen nog niet alle fondsen voldoende hersteld zijn het afgelopen jaar.

De grote pensioenfondsen zullen eind januari naar hun deelnemers communiceren of zij moeten korten of niet. Half februari zal naar verwachting de Pensioenfederatie (koepel van pensioenfondsen) met een overzicht komen van de kleinere fondsen. Dan zijn ook pas alle financiële cijfers bekend van de fondsen om hun definitieve balans op te maken en hun deelnemers te informeren. De MHP adviseert deelnemers zich niet te veel te laten beïnvloeden door allerlei speculaties van de media over aantallen fondsen die mogelijk moeten korten, maar tot die tijd de site van hun eigen pensioenfonds in de gaten te houden.

Een risicoloos pensioen bestaat niet, maar de ironie is dat fondsen die mogelijk per 1 april moeten korten, mogelijk 1 april financieel al weer boven Jan zijn. Dit komt doordat de korting wordt vastgesteld op basis van een dagkoers, te weten op basis van de financiële stand van een fonds op 31 december jl. Juist om deze reden pleit de ODB samen met de MHP, al lange tijd voor rekenregels die zorgen voor meer stabiliteit aan de premie- en de verplichtingenkant. De vakcentrale pleit hierbij voor een reëel pensioen waarbij het nastreven van een geïndexeerd pensioen voorgaat op het nastreven van een nominale vaste aanspraak. Hierbij dient er een stabiele discontovoet (rentevoet van de centrale bank) en een stabiele kostendekkende premie te zijn.

bron MHP