Door het succes van de standaard NAVO kwaliteitsnormen kwam geleidelijk vanuit de wetenschappelijke industrie de vraag naar gelijksoortige normen. Op verschillende plaatsen in de wereld werden normen ontwikkeld, zoals die van de BSI (British Standards Institution) en NEN (Nederlands Normalisatie-instituut).

Door toename van grensoverschrijdende handel ontstond de behoefte aan een wereldwijd geaccepteerde norm. In 1979 werd hiertoe een technische commissie, ISO/TC 176, in het leven geroepen. Deze commissie had als primaire doelstelling om vanuit alle bestaande normen een wereldwijd geaccepteerde norm te maken. In 1987 wist de commissie zijn doelstelling vorm te geven in de eerste officiële ISO 9001-Ronald-norm.

De certificering binnen Defensie is dus niet nieuw. Voorheen had men binnen Defensie de AQAP kwaliteitseisen, maar de laatste 10 jaar wordt de ISO certificering van defensie bedrijven of defensie-onderdelen toegepast. Zeer bekend is de ISO 9001 reeks.

Maar wat heeft deze certificering voor Defensie nu eigenlijk opgeleverd? Aan een ISO9001 certificaat worden namelijk inhoudelijk geen kwaliteitseisen gesteld. Als de juiste procedures maar gevolgd worden, kan je zonder op- of aanmerkingen van de certificerende instantie (CI) betonnen zwemvesten produceren. Samengevat alle processen kloppen (op papier), echter het eindproduct rammelt. Maar aan de muur hangt overigens wel het (kostbare) ingelijste ISO 9001 certificaat.

De ODB vraagt zich dan ook af hoe het nou zit met het eindproduct, als dit niet gecontroleerd wordt.

Wie houdt dan wie voor de gek? Wordt vervolgd!!!