Zuid-Afrika heeft een zodanig geavanceerde wapenindustrie dat het zich kan meten met andere wapenproducerende landen. Tijdens het apartheidsperiode, waarbij de gekleurde bevolking onder blanke militaire repressie leefde, gebruikte het leger wapens die veelal afkomstig waren uit de hoogontwikkelde binnenlandse wapenindustrie.

Het land produceerde diverse soorten wapens, zoals transport- en aanvalshelikopters, pantserwagens, legertrucks, beveiligde voertuigen, aanvalsgeweren, pistolen en traangas. Om te bewijzen dat de industrie nog steeds militaire veerkracht heeft, was Zuid-Afrika er snel bij toen de Verenigde Naties (VN) in oktober vroegen om drie gevechtshelikopters en twee zogenoemde multi role helikopters voor de vredesmissie in de Democratische Republiek Congo (DRC).

Nicole Auger, militair analist bij Forecast International, zegt dat de Zuid-Afrikaanse wapenindustrie in de jaren tachtig is opgebouwd en groeide naar “een technische capaciteit en design die zich kan meten met de meest geavanceerde industrie in de wereld.”

Na de verkiezingen van 1994, waarin Nelson Mandela en het Afrikaans Nationale Congres (ANC) aan de macht kwamen, vertraagde de ontwikkeling van de industrie. Dat kwam voornamelijk doordat de defensie-uitgaven werden verlaagd en de directe veiligheidsdreiging verminderde.

Pieter Wezeman, onderzoeker bij het Arms Transfers Programme van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI), zegt dat de Zuid-Afrikaanse wapenindustrie vooral geavanceerd is in een paar deelproducten, zoals lichte tanks en anti-tankraketten. “Maar over het geheel genomen is Zuid-Afrika steeds meer onderdeel geworden van de wereldwijde wapenindustrie. Het levert componenten aan voor andere wapenfabrikanten elders in de wereld.”

Zuid-Afrika exporteert momenteel militair materieel naar verschillende landen in de wereld, van de Verenigde Staten(VS) tot China en van Zweden tot Zambia. De VS waren ooit een belangrijke klant, omdat ze in Afghanistan en Irak dringend voertuigen nodig hadden die bestand waren tegen mijnen. Zuid-Afrika was wereldleider in de productie van dergelijke voertuigen, volgens SIPRI, waaronder de Casspir. De kennis over deze voertuigen ontstond in de tijd dat het apartheidsregime strijd moest leveren tegen guerrillastrijders in Zimbabwe (destijds bekend als Rhodesië), Angola en Namibië,

Zuid-Afrika stond dan ook op het punt een kernmacht te worden met zijn goed ontwikkelde clandestiene programma voor de productie van massavernietigingswapens, ondanks isolatie (economische boycot) door de wereldgemeenschap. Onder het Zuid-Afrikaanse nucleaire programma werden diverse kernwapens geproduceerd, die uiteindelijk onder toezicht van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) zijn vernietigd.

Voormalig VN-secretaris voor Ontwapening Jayantha Dhanapala, zegt dat Zuid-Afrika uniek is, omdat het tot nu toe het enige land is dat vrijwillig heeft afgezien van zijn kernwapenprogramma. In 1991 trad het land toe tot het Non-proliferatieverdrag, nadat het alle wapens had vernietigd die tussen 1974 en 1990 waren ontwikkeld– naar verluidt in nauwe samenwerking met Israël. “Toenmalig president F.W. De Klerk, die de Nobelprijs voor de Vrede deelt met de latere president Nelson Mandela, vertelde me dat hij niets afwist van het kernwapenprogramma totdat hij president werd. Hij heeft toen besloten het programma stop te zetten”.

Forecast International zegt dat het VN-wapenembargo de doorslaggevende factor is geweest voor de ontwikkeling van de Zuid-Afrikaanse defensie-industrie. Voor het embargo werden wapens geproduceerd op basis van licenties die door landen als Frankrijk, Israël, Duitsland en Italië werden verstrekt. En bestond een minimale drang om zelf wapens te ontwikkelen. Toen in 1977 echter een wapenembargo werd ingesteld, ging Zuid-Afrika zelf het onderzoek en de ontwikkeling van wapens in eigen hand nemen, om zelfvoorzienend te kunnen worden.

SIPRI zegt dat de wapenexport in de jaren negentig onderwerp van debat is geweest. Sommige mensen zetten vraagtekens bij de export van repressiemiddelen die door het apartheidsregime ontworpen waren. “Ik weet niet welke rol Mandela daarin heeft gespeeld, maar ik vermoed dat hij hier kritisch over was”, zegt hij. “In ieder geval heeft de nieuwe ANC-regering al snel steun uitgesproken voor de industrie. Dit om dezelfde redenen die andere wapenproducerende landen hebben: de industrie is een goede bron van inkomsten en een katalysator voor technologische ontwikkeling. De regering hoopte zelfs dat dit als politiek instrument gebruikt kon worden, in het bijzonder in Afrika.”

Dat laatste is nooit gebeurd volgens SIPRI, omdat Zuid-Afrika als wapenleverancier een relatief kleine rol speelt op het continent.

Bron: De Morgen

Foto: blogspot.nl
De Denel AH-2 Rooivalk is een Zuid-Afrikaanse gevechtshelikopter met een woelige geschiedenis. Het model werd door het Zuid-Afrikaanse leger al in de jaren tachtig besteld, maar vorig jaar nog waren amper 5 van de 12 bestelde toestellen effectief vliegklaar. De Zuid-Afrikaanse overheid blijft maar geld pompen in het project, dat ondertussen al -tig keer herstart is.