De stoffelijke resten van dienstplichtig soldaat Jan de Ridder zijn 26 juni jl.  herbegraven op het Militaire Ereveld Grebbeberg in Rhenen. De Ridder sneuvelde op 16 mei 1940 nabij Kapelle-Biezelinge in de provincie Zeeland.

Een detachement van het Regiment Infanterie Oranje Gelderland uit Ermelo droeg de kist naar de laatste rustplaats. De stoffelijke resten van De Ridder zijn op verzoek van zijn nabestaanden overgebracht door de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht. Dit gebeurde in opdracht van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting.

Keukenwagen

Op 15 mei 1940, na de capitulatie van de rest van Nederlands werd de strijd in Zeeland voortgezet. Daarmee probeerden de geallieerden de Duitse opmars te vertragen en Franse troepen gelegenheid te geven te ontkomen.

Op 16 mei 1940 trok de eenheid van De Ridder, het 40e Regiment Infanterie, zich terug in Borssele. De Ridder, die een door paarden getrokken keukenwagen reed, kwam bij de verplaatsing onder vuur van (vermoedelijk) Franse troepen te liggen. Hij sneuvelde ter plekke. Jan de Ridder werd een dag later begraven in Kapelle-Biezeling
e en in juni 1940 overgebracht naar de Gemeentelijke Begraafplaats in zijn woonplaats Rhenen.

Na de toespraak (Ds. Van Diesten) kreeg zijn neef Jan de Ridder (77)- hij heeft dezelfde naam als zijn oom- uit Acterberg de vlag, de militaire uniformpet en het oorlogsherinneringskruis die op het kistje lagen. Daarna lieten militairen het kistje aan touwen in het graf zakken. 73 jaar na zijn overlijden is hij nu op het Ereveld Grebbeberg met zijn gevallen kameraden herenigd.

In 2011 besluit de gemeenteraad van Rhenen om delen van de Rhenense begraafplaats te ruimen, wegens ruimtegebrek. Neef Jan de Ridder die plaatselijk consul is voor de Nederlandse Oorlogsgravenstichting, zette zich vervolgens succesvol in om de stoffelijke resten van zijn oom bij te zetten op het militaire ereveld.

 bron:Mindef/Reformatorisch Dagblad