De marechaussee heeft de Amsterdamse politie niet op de hoogte gesteld van een oefening die werd gehouden op het Museumplein. Bij de oefening werd “geschoten”, wat tot grote paniek leidde onder het publiek. De leiding van de marechaussee geeft als reactie dat sprake is van ‘een interne fout’.

Volgens een omstander stopte rond half drie een auto midden op het kruispunt, waarna vanuit de auto zo’n vijftien keer met een automatisch wapen werd geschoten. Vervolgens reden auto’s reden weg van het kruispunt en enkele fietsers vielen over elkaar heen. Het leek als of ze door een kogel waren geraakt. De auto met schutter reed daarna met hoge snelheid weg. 

Voorlichting van de marechaussee geeft aan dat ‘normaal de lokale autoriteiten vooraf op de hoogte worden gesteld van dergelijke oefeningen. Omdat dit deze keer abusievelijk niet is gebeurd, leidde de oefening tot onrust bij burgers. Toen dit duidelijk werd, is de oefening direct stilgelegd.’
Direct na het “incident” riep een man in burgerkleding dat hij van de politie was en dat sprake was van een oefening. De politieagenten die kort daarna ter plaatse kwamen droegen aldus de getuige wel kogelvrije vesten. 

Speciale eenheid
De oefening was een onderdeel van de training van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB). Dit is een speciale eenheid van de marechaussee met arrestatie- en observatieteam. Daarnaast verzorgt de BSB ook persoonsbeveiliging. Volgens de marechaussee werd tijdens de oefening geschoten met dummykogels, een soort losse flodders.  

De marechaussee stelt een intern onderzoek in naar hoe het heeft kunnen gebeuren dat de Amsterdamse politie niet op de hoogte is gesteld. 

Al eerder leidde een oefening van de marechaussee vorig jaar september in het Vondelpark tot paniek bij omstanders. Enkele mannen in burger vuurden toen zogenaamde dummykogels op elkaar af. De politie was toen wel ingelicht dat een oefening van de marechaussee zou plaatsvinden, maar toen was er niet bij verteld dat met nepkogels zou worden geschoten.

bron: Het Parool

Foto: C. de Witte