Is de koppelafspraak logisch en eerlijk? In 2004 heeft een accountant (PricewaterhouseCoopers) een rapport uitgebracht over het overgaan van het ELS naar het MLS. Dit rapport stelde mede dat dit voor de werkgever tot hogere premies zou leiden. Via het arbeidsvoorwaardenoverleg komen berichten dat er intussen geld bij lijkt te komen om de overgang van het ELS naar het MLS mogelijk te maken. Dus ook langs andere weg wordt geconstateerd dat het overgaan meer (premie)geld kost.

Best raar dat er dan al die tijd een koppelafspraak heeft bestaan die uitgaat van het omgekeerde. Namelijk dat het ELS voor de werkgever duurder zou zijn dat het MLS. De analyse van de te betalen premies in beide stelsels heeft in ieder geval uitgewezen dat sinds 2006 als gevolg van de franchiseverandering gemiddeld het ELS een lagere verschuldigde premie kent als het MLS. Wellicht heeft niemand zich toen de consequenties voor de koppelafspraak gerealiseerd. Maar het toont in ieder geval wel aan dat het hanteren van opslagen sindsdien niet logisch is. En eigenlijk ook niet over 2004 en 2005, want beide partijen hadden voordeel van in het ELS blijven.

Dan is in 2014 de koppelafspraak aangevuld met een passage die ervoor zorgt dat als het ELS in enig jaar goedkoper blijkt te zijn, de meevaller met de werkgever moet worden gedeeld. Om eerlijk te zijn,  weet ik niet wat ik ervan moet denken dat mijn werkgever een meerprijs volledig bij mij neerlegt, maar wel wil meedelen in een voordeel. In een eenvoudig voorbeeld ziet dat er als volgt uit:

In het jaar 2031 en 2032 blijft de premie voor het MLS gelijk. De stijging die maximaal toelaatbaar is bij het ELS is dan in beide jaren 0%. In 2031 stijgt het ELS echter 10% (van 20 naar 22%). Omdat dit maar maximaal 0% mag zijn, komt de volledige stijging voor rekening van de militair (opslag 2%). In 2032 daalt de premie van 22 naar 18%. De opslag verdwijnt, maar de werkgever betaalt nu geen opslag. Die deelt lekker mee in het voordeel. De gemiddelde premie over 2031 en 2032 is voor het ELS eigenlijk gewoon 20% geweest ((18+22)/2), terwijl militairen in die twee jaar door de opslag in 2031 wel een groter deel van de premie hebben betaald dan wanneer de premie elk jaar 20% was geweest. Dit is een uiterst perverse regel. Voor een werkgever die meerkosten wil vermijden, was het logischer geweest als defensie (net als bij een hypotheek met vaste rente) hetzelfde was blijven betalen. Dan zou defensie een opslag hebben betaald in tijden dat het goedkoper was en militairen in tijden dat het duurder was.

Wat was de invloed op het loon?
De onderstaande grafiek laat zien voor het jaar 2017 welke invloed de onterechte opslag heeft op uw inkomen. Het tarief van de opslag is 2,58% van de grondslag (jaarinkomen minus franchise). Als percentage van het inkomen is het wat lager. Omdat de werkgever 70% van de premie betaalt, is 70% van die opslag onterecht aan militairen in rekening gebracht. Hiervoor gecorrigeerd ontstaat de onderstaande grafiek.

Het loon van iemand met bv. een inkomen van € 45.000 zou ongeveer 1% hoger hebben moeten zijn. Voor het jaar 2018 gaat het om ongeveer hetzelfde percentage. Voor de jaren 2010, 2012, 2013 en 2014 samen ook ongeveer 1%. De opslagpercentages van die jaren opgeteld, waren ongeveer gelijk aan die van 2017. Bij dit inkomen zou de betrokken persoon daarom ongeveer 3 maal 12 maal 1% van het netto maandloon terug moeten krijgen. Militairen met UGM moeten het percentage uit de grafiek halveren en voor wat betreft het aflezen van het percentage het loon kiezen dat zij zouden hebben wanneer zij nog zouden werken.

Omdat we eerder zagen dat de premie ca € 1000 goedkoper was, rijst nu de vraag of de werkgever het genoten voordeel (70% van € 1000) niet zelf als een opslag voor zijn rekening had moeten nemen.  Denk aan het voorbeeld van de hypotheek met een vaste rente bij de bank. Omgerekend is dat ca 2 maal wat u uit de tabel hierboven bij uw salaris in die jaren vindt. En dat van 2006 t/m 2018. Dat lopen militairen sinds 2006 achter op de overige ambtenaren.

Redactie:
Dit is het derde deel van vijf delen waarin de ‘ins en outs’ van het pensioensysteem van Defensie worden toegelicht.

Bron: drs. P.A. Eijkelenkamp, luitenant-kolonel der Artillerie/Redactie
Foto: Redactie