Van 1 tot en met 21 december levert Nederland met een Kustwachtvliegtuig (Do-228) ondersteuning aan Frontex. Dit Europees agentschap bewaakt de buitengrenzen van de Europese Unie. Naast personeel van de Koninklijke Luchtmacht leveren ook andere ministeries personeel voor deze inzet. Het vliegtuig is gestationeerd op vliegbasis Kalamata op het Griekse vaste land.

Samen met collega’s van andere ministeries voeren de vliegers patrouillevluchten boven de Middellandse zee uit, in het kader van operatie Poseidon. Tijdens deze vluchten kunnen zij een overzicht geven van de situatie op zee, zodat de autoriteiten aan de wal daar op kunnen anticiperen met betrekking tot de opvang van vluchtelingen. Mochten schepen worden aangetroffen die in de problemen zijn, dan heeft het vliegtuig afwerpbare vlotten bij zich.

De Nederlandse bijdrage aan operatie Poseidon omvat drie vliegers van de Koninklijke Luchtmacht, drie waarnemers van de Koninklijke Marechaussee, Douane en Rijkswaterstaat, twee technici en een Liaison officier op het Information Coördination Centre (ICC)in Athene.

Bron: Koninklijke Luchtmacht
Foto :Martijn www.planespotters.net

Wat houdt Frontex nu in

Om de Europese grensbewaking te harmoniseren, besloot de Europese ministerraad in oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap ter bewaking van de buitengrenzen: FRONTEX. De naam is afgeleid van het Franse ‘frontière extérieures’ (buitengrenzen).

De belangrijkste taak van FRONTEX is het versterken van de Europese grenscontroles. Daarvoor coördineert de organisatie gezamenlijke operaties op het land, ter zee en in de lucht. Deze operaties bestaan naast de grenscontroles die de afzonderlijke landen uitvoeren.

Kustwacht en marechaussee

Nederland draagt wanneer dit nodig is, bij met marineschepen, kustwachtvliegtuigen en marechausseepersoneel. Dornier-kustwachtvliegtuigen vliegen dan bijvoorbeeld patrouillevluchten tussen Zuid-Italië en Noord-Afrika of rond de Griekse eilanden. Marechausseepersoneel neemt geregeld deel aan grenscontroles bij de Griekse eilanden, luchthavens en bewaakt de grens met Turkije.

Inzet marineschepen
Nederland leverde van in juni 2011 een maritieme bijdrage aan de FRONTEX-operatie INDALO 2011, ter bestrijding van illegale migratie in de wateren voor de Spaanse zuidoostkust. De Nederlandse maritieme bijdrage bestond uit 3 mijnenjagers en een torpedowerkschip en een stafelement voor de coördinatie en aansturing van de Nederlandse schepen.

Opdracht
De opdracht voor de deelnemende eenheden aan INDALO is om zo vroeg mogelijk de migrantenbootjes te detecteren met vliegende en varende eenheden. De eenheden worden op volle zee ingezet, buiten de aansluitende zeezones van Spanje, Marokko en Algerije. De tweede buffer wordt gevormd door Spaanse kustwachtschepen die opereren in de Spaanse zone, tot 24 zeemijl buiten de kust. Binnen de territoriale wateren zijn vooral kleine vaartuigen actief.

Nederlandse eenheden worden tijdens de operatie uitsluitend op volle zee ingezet voor het surveilleren, detecteren, volgen en rapporteren van bootjes met illegale migranten op volle zee. De Nederlandse schepen voeren zelf geen intercepties of ondervraging uit. Dat gebeurt door de Spaanse autoriteiten. Er bestaat dus geen contact tussen de Nederlandse bemanning en de migranten die proberen illegaal de EU te bereiken. De enige uitzondering hierop is als personen uit zee moeten worden gered, het zogeheten Search and Rescue. Drenkelingen worden overgedragen aan Spanje.

De afhandeling en behandeling van de migranten vindt plaats in overeenstemming met internationale regelgeving. Nadat de illegale migranten door de Guardia Civil aan wal zijn gebracht, worden ze opgevangen door de Spaanse autoriteiten en een mobiel team van FRONTEX. Het Rode Kruis bekijkt of migranten behoefte hebben aan medische verzorging. Vervolgens wordt via de Spaanse procedure binnen 72 uur bezien welke status een migrant krijgt. Deze status bepaalt de afhandeling van zijn asielaanvraag en -afhandeling.

Afspraken
Nederland en FRONTEX sloten in 2008 een Memorandum of Understanding (MoU), met daarin aanvullende voorwaarden voor de inzet van Nederlands maritiem materieel. Deze scheppen operationeel en juridisch duidelijkheid over het fysiek onderscheppen van illegale migranten. De voorwaarden zijn:

  • het inzetgebied te beperken tot de territoriale wateren en Aansluitende Zone (AZ) van het gastland en inzet op volle zee of in wateren van derde landen uit te sluiten;
  • een ´Status of Forces Agreement´(SOFA) verplicht te stellen, zodat er afspraken zijn met het gastland over de juridische positie van militair personeel dat aan de grensbewakingsoperatie deelneemt;
  • de beschikking over voldoende bevoegd grensbewakingspersoneel als voorwaarde te stellen;
  • garanties te vragen van het gastland over ontscheping van aan boord genomen personen;
  • garanties te vragen van het gastland over de behandeling van overgedragen migranten.