Beste lezer, vorige week heb ik in het eerste deel het effect uitgelegd van de backservicekosten in relatie tot de hogere pensioenopbouw gedurende uitzendingen. Die extra kosten ontstaan omdat bij loonsverhogingen extra pensioen over die hogere pensioenopbouw moet worden ingekocht over de voorgaande jaren. Die extra kosten zitten gewoon in het jaarlijkse premietarief en komen in ieder geval voor 30%, maar door de koppelafspraak zeer waarschijnlijk voor 100% bij de militairen terecht.
Ik heb in dit artikel nog zo dingetje: minder jongeren in dienst leidt tot hogere premietarieven bij de achterblijvers.

In het Nederlandse pensioenstelsel kennen we de ‘doorsnee premie’. Dat wil zeggen dat voor iedere deelnemer (jong of oud) hetzelfde premiepercentage geldt. Aangezien de premie van de jongere veel langer kan renderen bij de pensioenmaatschappij dan dat van een oudere, leidt dit er toe dat de jongere eigenlijk teveel betaalt en de oudere te weinig. Bij een ongewijzigde samenstelling van het personeel (jong versus oud) zal de premie niet veranderen als ook al het andere gelijk blijft. Maar o wee als er veel jongeren vertrekken of niet instromen. Dan verandert de verhouding jong versus oud. En dat heeft gevolgen voor het premietarief. Dat zal stijgen.

Voor militairen die er niet meer zijn (vacatures of opgeheven eenheden), ontstaan natuurlijk geen pensioenrechten. Er hoeft geen pensioen te worden ingekocht dus ook geen premie te worden betaald. Maar als dit jongeren zijn van wie de euro’s langer konden renderen, gaat de prijs voor de resterende medewerkers omhoog om het gemis van wat de jongeren teveel betaalden op te vangen. Wanneer doet die situatie zich nou voor? Bij inkrimpingsreorganisaties en bij een sterke economie.

„Verminderingen van jongeren versus ouderen
leidt tot hogere pensioenpremie tarieven.”

De manier van reorganiseren in 2011 heeft grote gevolgen gehad. In de periode 2009 t/m 2012 zijn versneld eenheden opgeheven om snel besparingen te realiseren in de salarisuitgaven. Daarbij kon wel snel van FPS1/2 afscheid genomen worden maar niet van BOT-ers. De categorie manschappen en korporaals daalde met 17% terwijl de overige categorieën samen globaal gelijk bleven. Zo ’n verandering drijft het premietarief op. De koppelafspraak regelde dat militairen sterkere tariefstijgingen betaalden. Ik sta er dus ook niet van te kijken dat in 2012, 2013 en 2014 een opslag gold voor militairen vanwege sterkere premietariefstijgingen dan bij burgers. Maar moeten militairen via pensioenopslagen betalen voor dit verschijnsel?

Vacatures
In tijden van hoogconjunctuur wordt Defensie geconfronteerd met vacatures doordat elders in de economie meer verdiend kan worden. Ook karig arbeidsvoorwaardenbeleid is hier debet aan. De vacatures voornamelijk in de onderbouw vertalen zich in hogere premielasten vanwege de veranderende verhouding jong en oud. Maar moeten militairen de rekening betalen van deze sterke economische tijden zoals bijvoorbeeld in het afgelopen jaar en dit jaar?

„Elk bedrijf dat reorganiseert, neemt daarvoor reorganisatiekosten op. Defensie niet.”

Conclusie
Ik heb vorig jaar in een gesprek met twee actuarissen dit verschijnsel besproken. En een 10 met een griffel gekregen! Verminderingen van jongeren versus ouderen leidt tot hogere pensioenpremie tarieven. Het ABP moest zich maar eens buigen over de omvang van dit effect. Elk bedrijf dat reorganiseert, neemt daarvoor reorganisatiekosten op. Defensie niet. Die levert op commando geld aan de politiek en eventuele extra kosten zijn voor het personeel. Heeft u nog meer redenen nodig om straks even ‘nee’ te zeggen tegen de nieuwe CAO totdat ook deze bal door Defensie is opgepakt?

Bron: drs. P.A. Eijkelenkamp, luitenant-kolonel der Artillerie/Facebook PowerbyNumbers
Foto: Defensie/redactie

Redactie:
U bent geïnformeerd en gewaarschuwd!
Dit is het tweede deel uit een drieluik over militaire pensioenen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here