Het rolletje met foto’s die bewijzen dat Dutchbat in 1995 had kunnen weten dat Servische strijders in Srebrenica moslimmannen zouden vermoorden, is mogelijk nooit verloren gegaan. Dat zegt majoor P.H. (Peter) Rutten van de Koninklijke Marechaussee, die het verdwijnen van het rolletje destijds onderzocht, zaterdag 13 juni jl. in het NPO Radio 1-programma Argos. Onder het oog van de Nederlandse Dutchbatters werden duizenden moslimmannen en -jongens gedeporteerd. In totaal zijn meer dan 7000 lijken gevonden in de bossen rondom Srebrenica.

Majoor P.H. Rutten is ervan overtuigd dat het ergens in een archief ligt en niet, zoals door de minister van Defensie J.J.C. Voorhoeve op 3 augustus 1995 aan de Tweede Kamer aangaf, door ontwikkelen met de verkeerde chemicaliën verloren is gegaan. Over de exacte gang van zaken rondom het mislukken van het ontwikkelen van het fotorolletje wordt al jaren gespeculeerd. Het rolletje is symbolisch geworden voor de zwijgzaamheid van het ministerie van Defensie in de tijd van de val van de moslimenclave Srebrenica.

Majoor P.H. Rutten wijst in het radio-interview op de niet onderzochte rol van majoor De Ruyter van de Militaire Inlichtingen Dienst Koninklijke Landmacht (MID/KL), de voorloper van de huidige Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD). Die haalde het fotorolletje op 25 juli 1995 bij maker luitenant J.H.A. (Ron) Rutten en bracht het pas een dag later naar het fotolaboratorium.

In een rapport dat in 2002 opdook in de archieven van de MID, stond vermeld dat het filmpje is ‘vernietigd’. Luitenant J.H.A. Rutten van Dutchbat III maakte op 13 juli 1995, in het bijzijn van twee andere Dutchbat-militairen, twee foto’s van negen doodgeschoten mannen die buiten de compound in Potočari lagen. Voorts staan op het rolletje foto’s van gevangengenomen Moslims (in het “witte huis”) en van de evacuatie van de vluchtelingen uit Potočari. De bevelhebber in die tijd generaal H.A. Couzy, maakte expliciet melding van deze foto’s tijdens de persconferentie op 23 juli 1995.

De volgende ochtend, 26 juli 1995, brengt De Ruyter het rolletje naar het fotolaboratorium van de MID/KL. Omdat de ontwikkelmachine daar kapot was, gaan zij naar hun collega’s van de MID van de Koninklijke Marine (MID/KM). Volgens de officiële lezing was het fotorolletje mislukt doordat een laborant tijdens de werkzaamheden misschien “net niet scherp genoeg was geweest”, enerzijds door de tijdsdruk en anderzijds doordat hij de avonden ervoor laat naar bed was gegaan en daarbij niet “op een droogje had gezeten”. Hierdoor had betrokkene te hoge concentraties dan wel vervuilde ontwikkelingsvloeistoffen gebruikt. Majoor P.H. Rutten, die destijds als kapitein opdracht had gekregen het mislukken van het ontwikkelingsproces te onderzoeken, vertelde tijdens een verhoor in 2002 dat hij nooit heeft onderzocht wat vóór 26 juli met het fotorolletje is gebeurd. Hij is overtuigd van een complot.

Het rolletje is toen tenminste een nacht lang in bezit geweest van toenmalig majoor De Ruyter van de MID/KL, die het rolletje op de middag van 25 juli had opgehaald bij luitenant J.H.A. Rutten thuis. Er blijven twijfels over het fotorolletje uit 1995 met beelden van lijken van door Serviërs vermoorde moslimmannen in Srebrenica.

Het Nederland Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) concludeerde (blz. 3009) in zijn onderzoeksrapport uit 2002 dat het ontwikkelen van het rolletje mislukt is “door een door niemand gewenste menselijke fout”.

Bronnen: Volkskrant/Argos/VPRO/NOS/NIOD
Tweede Kamer (Enquête Srebrenica)