Door het aftreden van zowel de minister van Defensie als de Commandant der Strijdkrachten (CDS) is Defensie in feite (tijdelijk) ‘onthoofd’. In de Tweede Kamer nam de minister Hennis dinsdagavond 3 oktober 2017 na een urenlang debat over de politieke verantwoordelijkheid voor de vele nalatigheden in de Defensie-organisatie die vorig jaar uiteindelijk leidden tot de dood van twee militairen in Mali. CDS generaal Tom Middendorp nam ook zijn verantwoordelijkheid en ook hij legde zijn functie neer.

“Op verschillende momenten zijn de veiligheidsrisico’s onvoldoende onderkend en afgewogen”, aldus de minister. “Twee van onze mensen zijn omgekomen. Een derde raakte zwaargewond. Hiervoor neem ik ten volle de politieke verantwoordelijkheid. Ik heb met hart, ziel en zaligheid gediend op Defensie. Maar het stopt hier vandaag.” Ook de CDS heeft besloten zijn functie per direct neer te leggen. Middendorp zou later deze week sowieso al het commando overdragen. De al geplande ceremonie voor aanstaande donderdag gaat niet door.

Directe aanleiding voor Hennis’ vertrek is de dood van korporaal Kevin Roggeveld (24) en sergeant der eerste klasse Henry Hoving (29), vorig jaar in Mali, nadat een mortiergranaat al in de schietbuis ontplofte. Uit de reconstructie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) bleek vorige week dat de granaten na aankoop niet werden getest, dat later geconstateerde gebreken werden genegeerd en dat ze vervolgens verkeerd werden getransporteerd en opgeslagen. Daar had de verantwoordelijke minister misschien mee kunnen wegkomen als het niet het zoveelste ernstige incident bij Defensie was geweest. In maart 2016 kwam instructeur Sander Klap (35) om het leven toen hij op de Defensie-schietbaan in Ossendrecht werd geraakt door kogels van een cursist. Uit de reconstructie bleek dat Klap lesgaf op een ongeschikte, niet gekeurde schietbaan zonder de juiste begeleiding.

Een jaar eerder, in Mali, sneuvelden René Zeetsen (30) en luitenant Ernst Mollinger (26) toen hun Apache-helikopter neerstortte door een technisch mankement. Ook was er in 2014 al een uiterst kritisch rapport van de OVV rond de Hercules-transportvliegtuigen in Eindhoven. Diezelfde onderzoeksraad concludeerde vorige week dat Defensie niet bereid lijkt om van gemaakte fouten te leren.

Door constante bezuinigingen, reorganisaties en eisen van boven om efficiënter te gaan werken is een organisatie ontstaan die onvoldoende bestuurbaar is. Daarnaast reiken de politieke ambities vaak vele malen verder dan het defensiebudget groot is. Recentelijk heeft een onderzoek binnen de organisatie aangetoond dat slechts 13% van het personeel nog vertrouwen heeft in de politieke top bij het door vele schandalen geplaagde ministerie.

Daarnaast heeft het defensiepersoneel al ruim drie jaar geen CAO gekregen. De minister bleek keer op keer geen geld (over) te hebben voor haar eigen personeel. Het defensiepersoneel voert overigens nog steeds acties voor een fatsoenlijk salaris en arbeidsomstandigheden.

Uiteindelijk was het de conclusie uit het OVV-rapport dat Hennis in het Kamerdebat door alle Kamerfracties zwaar werd aangewreven. Die hekelden ook het optreden van de minister na publicatie van het rapport van de onderzoeksraad vorige week. Zelf had de minister het rapport al sinds eind juni in bezit. Toch lastte zij pas vorige week een operationele pauze in bij alle missies om al het materieel en de munitie nog eens te controleren. Kamerleden vinden dat ongeloofwaardig, maar Hennis verdedigde zich: “We hebben in de zomer direct een heel vergaande inspectie afgekondigd. Direct nadat wij het rapport hebben ontvangen. Dat liep al voorafgaand aan het ingelasten van deze pauze.”

Bron: Volkskrant/redactie
Foto: Defensie/redactie