Defensie In De Steigers

491

Net als de rest van onze maatschappij, heeft Defensie ook wat te zeggen over de welbekende ‘huishoudboekjes’ van de krijgsmachtdelen. Wat komt er ‘in’, maar vooral wat gaat er ‘uit’ en wat kost het? Personeel moet betaald worden, vliegtuigen moeten vliegen, schepen moeten varen en voertuigen moeten rijden.

We hebben het dan niet alleen over de financiën (de F), maar ook over de organisatie (de O) en het personeel (de P). Het uitgeholde huis van Defensie staat al jaren in de steigers en dat zal de komende jaren niet veranderen.

Het voortdurend verbouwen aan de defensieorganisatie begint altijd met het formatieplan, dat deel uitmaakt van het jaarlijkse bijgewerkte defensieplan. Het formatieplan kijkt slechts vijf jaar vooruit en geeft per defensieonderdeel inzage in de aantallen qua rangen, schalen en kleuren pakken (de O). Voor uw beeldvorming: in 2016 heeft Defensie nog plaats voor circa 44.000 militairen (inclusief initiële opleidingen) en 13.000 burgers. Natuurlijk wanneer de vulling 100% is en niet zoals nu 10 tot 20% vacatures heeft.

In opdracht van de defensieonderdelen worden de zeven huishoudboekjes van de defensieonderdelen beheerd door het ‘Team Formatieplanning’ van het UB O&F. Het team bestaat uit twee militairen en één burger. Zij werken regelmatig op locatie van de staf van het defensieonderdeel. En behoren in regel een uitstekend beeld te hebben wat er op de werkvloer afspeelt.

Met vertegenwoordigers van de defensieonderdelen en het UB O&F wordt een gedetailleerd beeld geschetst van de huidige (= realisatie) en toekomstige (= planning) samenstelling van elk defensieonderdeel in 2018. Het gaat hier niet alleen om kleine organisatiewijzigingen van de enkelvoudige arbeidsplaats, maar ook om reorganisaties van complete eenheden, bezuinigingsmaatregelen, intensiveringen, extra formatie, formatie-overdracht tussen defensieonderdelen en nieuwe ontwikkelingen.

Dit wordt allemaal verwerkt in het ‘Realisatie- & Planningsoverzicht’ (R&P), zo heet het huishoudboekje van een defensieonderdeel. Door het R&P te vergelijken met de cijfers uit het formatieplan van dat jaar, wordt voor een defensieonderdeel inzichtelijk hoeveel hij te groot of te klein is en welke rangen en schalen getroffen worden. Door er vervolgens ook slimme berekeningen aan te koppelen wordt duidelijk of de organisatie te duur is of binnen de financiële kaders blijft: O=F!

Wanneer de omvang en samenstelling van Defensie ineens verandert, heeft dat een direct effect op het defensiepersoneel (de P). De vertegenwoordigers van het UB Personeelsplanning hebben baat bij een huishoudboekje dat op orde is. Tenminste, daar wordt vanuit gegaan. Zij maken gebruik van de toekomstplanning van de organisatie om een aanstellingsopdracht en een In-, Door-, en Uitstroomplan (IDU-plan) op te stellen.

Dit IDU-plan geeft inzicht in wat voor personeel in dienst is, maar ook waar de organisatie nog behoefte heeft aan nieuwe medewerkers. Denk bijvoorbeeld aan de werving en omscholing van vliegers voor de F35 of personeel voor het onlangs opgerichte ‘Defensie Cyber Commando’ (DCC).

Met inzage in de formatie(wijzigingen) kunnen de personeelsplanners bouwen aan een evenwichtig plan (op papier) voor een organisatie die is gevuld met het juiste personeel: O=P! Als de bouwstoffen in de juiste verhouding aanwezig zijn, wordt het huis (de O) niet meer verbouwd en hebben de bewoners (de P) allemaal een kamer.

Maar de bouwstoffen veranderen helaas regelmatig in volume en de volgorde waarin ze worden geleverd. Er komt geld bij, opdrachten veranderen, politiek veranderd of er is specifiek personeel nodig. Continu wordt, in willekeurige volgorde, gezocht naar de balans tussen organisatie, personeel en financiën (O=P=F).

Tot zover het verhaal met kanttekeningen van P&O want waar niet naar gekeken wordt is de kwaliteit van het personeel. De ODB komt met grote regelmaat personeel tegen die niet gekwalificeerd zijn voor hun toegewezen functie omdat zij de vereiste opleiding niet gevolgd hebben. Door de jarenlange bezuinigingen met name de opleidingen van onderofficieren zijn de bouwstoffen die gebruikt worden om een solide organisatie op te zetten niet of te weinig voorhanden.

De ODB is van mening dat door flexibilisering, uithollen van opleidingscapaciteiten bij onderofficieren en het loslaten van de juiste man op de juiste plaats (vriendjespolitiek voert nl. nog steeds de boventoon) een gevaarlijk proces in gang heeft gezet dat zeer bedenkelijk is voor de gehele defensieorganisatie.

bron: P&O/ODB

Interessant? Deel het!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •