Defensie maakt geen verboden onderscheid naar leeftijd bij de toekenning van een individuele opleidingsaanspraak voor militairen (Artikel 16bis Amar). Dat is het oordeel van het college voor de Rechten van de Mens (CVRM). Bij het toekennen van een opleidingsbudget moet iemand nog minstens 5 jaar vóór het leeftijdsontslag zitten. Defensie mag die voorwaarde dus handhaven.

CAO
De regeling voor het toekennen van een opleidingsbudget staat in het arbeidsvoorwaarden-akkoord (CAO) 2017-2018. Een militair bij de marine kreeg het budget niet omdat hij minder dan 5 jaar voor zijn leeftijdsontslag zat. Volgens de militair was sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid op grond van leeftijd (Leeftijdsdiscriminatie).

Geen verboden onderscheid
Het doel van de regeling is bij te dragen aan de persoonlijke ontwikkeling van militairen. Defensie is van mening dat het doelmatig is deze opleidingen in te zetten voor militairen die nog langere tijd moeten werken. Het totaal beschikbare geld kan zo op een gelijkmatige manier over de verschillende groepen personeel worden verdeeld. Het College volgt Defensie in die redenering en stelt vast dat het gemaakte onderscheid objectief gerechtvaardigd is.

Uitspraak
De volledige uitspraak is te lezen op de internetsite van het College voor Rechten van de Mens (via Internet en Rijksportaal): mensenrechten.nl/nn/oordeel/2020-3.

Bron: P&O / CVRM / Redactie
Foto: CVRM / OpenClipart-Vectors via Pixabay / Redactie

KlussenKlussen