Stinkende beerput op Vliegbasis Eindhoven!![1]   

Het Huis voor Klokkenluiders[2]  (hierna: het Huis) heeft vandaag in een vernietigend rapport (zie bijlage) negatief geoordeeld over de cultuur binnen de Vliegbasis Eindhoven. Overtredingen van wet- en regelgeving werden met volledige instemming van leidinggevenden getolereerd. Door militairen van de vliegbasis werd niet integer omgegaan met defensiegelden. 

Hoofddorp-constructie

Minimaal 17 militairen waaronder officieren in de rang van majoor en luitenant-kolonel declareerden tijdens een cursus van enkele dagen tot meerdere weken over een periode van jaren dagelijks de autokosten van huis naar de cursuslocatie vice versa terwijl ze in werkelijkheid in een nabijgelegen hotel sliepen. 

Zeer waarschijnlijk zijn ook forfaitaire onkostenvergoedingen zoals een hogere horecavergoeding voor lunch en/of diner alsmede de grote/kleine component ten onrechte door deze militairen gedeclareerd.

Het Huis heeft reden aan te nemen dat deze constructie op meerdere cursuslocaties en door een groter aantal militairen van de vliegbasis Eindhoven is toegepast. De onderzoekscommissie én de commandant van de Vliegbasis Eindhoven (hierna: de Commandant) hebben hun onderzoek evenwel bewust slechts beperkt tot één squadron en één cursuslocatie.

Waar de Commandant en de top van Defensie inclusief de minister zelf deze overtredingen als lichte vergrijpen karakteriseerde meent het Huis dat niet uitgesloten kan worden dat er sprake is van valsheid in geschrifte. Deze declaraties zijn immers valselijk opgemaakt met het oogmerk om deze als echt te gebruiken.

Het financiële nadeel was aldus Defensie in een kamerbrief slechts € 90,60 (TK 34 550 X nummer 70). Het Huis stelt evenwel vast dat het financiële nadeel voor Defensie beduidend hoger ligt. Deze militairen konden aldus het Huis evenals vele andere collega-cursisten immers gratis op een nabijgelegen kazerne overnachten. Er is daarbij zo stelt het Huis voorts niet op een rechtmatige wijze met defensiegeld omgegaan.  De redenen die naderhand door de cursisten werden aangedragen snijden gezien het lesprogramma geen hout. Een groot deel van de collega’s maakte immers wel gebruik van de legering op de kazerne. Voorts geeft het geen enkele verklaring waarom valse en daarmee onjuiste declaraties bewust zijn opgemaakt.

Nu deze militairen en met name de officieren donders goed wisten dat zij in gezamenlijkheid onjuiste declaraties opmaakten kan aanvullend op de bevindingen van het Huis worden betoogd dat er eveneens sprake is van samenspanning hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 80 van het Wetboek van Strafrecht.

Feestreis naar Italië

Korte metten maakt het Huis met de stelling van de interne commissie én Defensie dat een vliegreis naar Italië een ‘trainingsvlucht’ was. Niet de ‘training’ doch het enkel afzetten op vrijdag en het ophalen op maandag ten behoeve van een teambuilding in een vakantiehuis van een squadron lid in Italië stond aldus het rapport van het Huis centraal. Uit budgetoverwegingen was – zo bleek uit het interne onderzoek – een teambuilding in Nederland afgewezen. De all-in kosten voor deze vier vluchten (Nederland – Italië) zijn door het Huis geschat op een bedrag tussen de € 106.000 en € 146.000,-.  Er is aldus het Huis sprake van een onrechtmatig gebruik van een rijksmiddel (luchtvaartuig). Voorts is ook hier op een onrechtmatige wijze met defensiegeld omgegaan.

Instemming van de leiding

Het Huis constateert voorts dat bovenstaande strafbare feiten met medeweten, toestemming en, in ieder geval bij de vliegreis naar en van Italië, zelfs meedenken en meedoen vanuit de leiding van de Vliegbasis Eindhoven gebeurde.

Werknemers werden hierdoor aangemoedigd en gefaciliteerd om volledig in strijd met de regelgeving te handelen.

Deze actieve rol van de leiding om medewerkers aan te zetten tot strafbare feiten is aanvullend op de bevindingen van het Huis strafbaar gesteld in artikel 148 en 149 van het Wetboek van Strafrecht.

Melding

Reeds eind februari 2016 was aan de Commandant Vliegbasis Eindhoven per mail melding gemaakt dat de regelgeving op het gebied van declaraties door militairen (op alle niveaus) op de Vliegbasis Eindhoven op een eigen voor hen gunstige wijze werd ingevuld en door de leiding actief werd gedoogd. Zowel van de zijde van de Commandant Vliegbasis Eindhoven als ook van de staf van de Koninklijke Luchtmacht was er in de periode van februari tot en met eind juni 2016 geen enkele behoefte om het relaas van melder aan te horen. Uiteindelijk was melder gedwongen om zijn bevindingen op 4 juli 2016 schriftelijk aan de staf van de Koninklijke Luchtmacht kenbaar te maken.

Onderzoekscommissie (COID)

Het is wederom stuitend dat een interne onderzoekscommissie (COID[3]) onder voorzitterschap van een kolonel buiten dienst van de Koninklijke Luchtmacht de valsheid in geschrifte bij de declaraties als ‘grijs gebied’ en de feestvlucht naar Italië als ‘trainingsvlucht’ heeft gekarakteriseerd.  

Melder is bewust en in strijd met de regelgeving op geen enkele wijze in het proces door de onderzoekscommissie bij het onderzoek betrokken geweest t.w.

  • geen hoor en wederhoor;
  • geen inzicht in de lijst van getuigen;
  • geen mogelijkheid om getuigen aan de lijst toe te voegen;
  • geen inzage in het conceptverslag;
  • geen spontane toezending van het rapport [4]

Deze onjuiste handelswijze van de kant van de commissie had de volledige instemming van de Commandant én de top van Defensie.

Het is zeer verontrustend dat op basis van hetzelfde onderzoeksmateriaal wederom bij Defensie de bevindingen van een interne onderzoekscommissie diametraal tegenover de conclusies van het Huis staan. Reeds eerder stond de onafhankelijkheid en objectiviteit van de COID ter discussie.

De minister heeft de voor Defensie gunstige bevindingen van de COID destijds met volledige instemming omarmd. Enkel werd aanvullend door de Commandant Vliegbasis Eindhoven in ‘splendid isolation’ en ‘close contact’ met de top van Defensie nog een nader onderzoek naar de Hoofddorp-constructie gedaan.  De feestvlucht naar Italië vond de Commandant en de top van Defensie afdoende onderzocht.

Defensie meet met twee maten

Puur uit eigen belang bestond er voor de Commandant en de top van Defensie geen enkele aanleiding om de betrokken militairen rechtspositioneel hard aan te pakken. Slechts een mondelinge waarschuwing en voor twee leidinggevenden een ambtsbericht was afdoende.

De aanpak van Defensie ten aanzien van deze 17 militairen staat daarmee in schril contrast met vele militairen (veelal geen officieren) die voor eenzelfde vergrijp bv joyriding of onjuiste declaraties strafrechtelijk zijn vervolgd en bestuursrechtelijk in

verband met wangedrag ondanks de uitstekende staat van dienst zonder pardon door Defensie zijn ontslagen. 

In één geval waren slechts 6 onjuiste reisdeclaraties voor Defensie aanleiding om tot ontslag over te gaan (ECLI:NL:CRVB:2017:3811).  Het feit dat medewerkers aangeven dat leidinggevenden op de Vliegbasis Eindhoven de declaraties hebben goedgekeurd is voor Defensie reden voor een mondelinge waarschuwing. In alle andere beroepszaken bij de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep wijst Defensie jarenlang steeds op de eigen verantwoordelijkheid van de indiener van de declaraties.  

Wat maakt Vliegbasis Eindhoven dan zo speciaal? De Commandant en de top van Defensie hebben – zo lijkt het – bewust de ernst van de valsheid in geschrifte bij de aantoonbaar onjuiste declaraties en de feestvlucht geminimaliseerd.

Een ontslag op staande voet van de betrokken militairen van de Vliegbasis Eindhoven (minimaal 17) zou immers per direct de operationele gereedheid van de Vliegbasis aantasten.

Voorts was er sprake van een jarenlange verziekte cultuur op de Vliegbasis. Niet kan worden uitgesloten dat bij een strakker rechtspositioneel regime (bv. ontslag van deze militairen) door een bezwaar-/beroepsprocedure nog meer ernstige misstanden boven tafel zouden komen. Ook daar zat de Commandant en de top van Defensie niet op te wachten.

De overtredingen en het Openbaar Ministerie 

Aanvullend op het relaas van het Huis is de positie van het Openbaar Ministerie ook discutabel. Het Openbaar Ministerie meende formeel dat het genoten voordeel te gering was voor een vervolging.  Ondersteund door een recente uitspraak van de Militaire Kamer is voor een bewezenverklaring van ‘valsheid in geschrifte’ het ook niet nodig dat daadwerkelijk sprake is van (financieel) gewin. Volgens het Huis is er op onrechtmatige wijze grote schade aan Defensie toegebracht. Dat is strafbaar.

Voorts zag het OM enkel en alleen op grond van een persoonlijk gesprek met de Commandant en enkel en alleen op basis van de eigen bevindingen van de Commandant geen reden om tot strafvervolging over te gaan.

De vraag is gerechtvaardigd of het Openbaar Ministerie ook in deze zaak niet te veel aan de leiband van Defensie heeft gelopen. Een eigen gedegen onderzoek van de zijde van het OM in casu de KMar had gezien de uitkomsten van het Huis die heden gepresenteerd zijn zeker tot andere conclusies en tot mogelijke vervolging geleid.

Artikel 1 Wet Huis voor Klokkenluiders

vermoeden van een misstand: het vermoeden van een werknemer, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover:

    1°. het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de werknemer bij zijn werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en

    2°. het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten;

Artikel 80 Wetboek van Strafrecht

Samenspanning bestaat zodra twee of meer personen overeengekomen zijn om het misdrijf te plegen.

Artikel 148 Wetboek van Militair Strafrecht

De militair, die opzettelijk toelaat, dat een mindere een misdrijf pleegt, of die, getuige van een door een mindere gepleegd misdrijf, opzettelijk nalaat maatregelen te nemen, voor zover die nodig zijn en van hem kunnen worden gevergd, wordt gestraft als de medeplichtige.

Artikel 149 Wetboek van Militair Strafrecht

Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de militair die opzettelijk nalaat maatregelen te nemen, voor zover die nodig zijn en van hem kunnen worden gevergd, indien een onder zijn bevelen staande militair, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, een misdrijf pleegt of voornemens is te plegen.


[1] Nota Bene: De tekst is een vrije weergave én eigen interpretatie/appreciatie van het rapport Besteding van overheidsgeld, onderzoek naar een melding van vermoedens van misstanden dat op 8 december 2020 is vrijgegeven door het Huis voor Klokkenluiders. 

[2] https://www.huisvoorklokkenluiders.nl/

[3] COID = Centrale Organisatie Integriteit Defensie

[4] Pas na herhaald aandringen en via WOB verzoeken is alle informatie door Defensie verstrekt

Mening ODB

Het stuk lezende heeft zelfs het COID behoorlijk fout gehandeld door bewust kwaadaardig gedrag onder het tafelkleed te vegen. Daarmee helpt het COID niet mee aan de imagoschade die Defensie heeft opgelopen en nog oploopt in de klokkenluiderszaak van Victor van Wulfen. Twijfelachtig gedrag aanmoedigen behoort tot het laagste wat je kunt doen als kolonel BD en laat zien dat het tijd wordt voor een grote schoonmaak….top down, jarenlange vriendjespolitiek leidt tot dit soort wantoestanden.

Tekst: Skip Springer Advies/redactie ODB

Foto: Defensie/ODB

KlussenKlussen
Vorig artikelMotie tegen beperking
Volgend artikelRijbewijs perikelen in het buitenland