Na zeventig jaar moet meer licht gaan schijnen op wat na de capitulatie van Japan gebeurde in Nederlands-Indië. Drie instituten krijgen geld voor een uitgebreid onderzoek. In het hernieuwde vier jarig onderzoek naar de gewelddadige dekolonisatie van Nederlands-Indië komt veel ruimte voor getuigenissen van Nederlandse en Indonesische burgers en van veteranen.

Drie tot zes boeken
Ruime aandacht komt voor de zogeheten Bersiap, de chaotische periode vlak na de capitulatie van Japan toen Nederlanders, Chinezen en anderen slachtoffer werden van Indische revolutionairen.

Nauwelijks drie maanden na de aankondiging van het kabinet dat geld zou komen voor een diepgravend onderzoek naar de voor Nederland zo pijnlijke periode van 1945 tot 1949, ligt er nu een complete opzet. Het geheel moet september 2021 zijn afgerond. De verwachting is dat het onderzoek naar de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd drie tot zes boeken gaat opleveren.

Antwoord op de vragen
De drie betrokken instituten – Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie (Niod), Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) – hebben het onderzoek in negen deelprojecten opgeknipt. Volgens Frank van Vree, directeur van het Niod en woordvoerder van het onderzoek, moet het antwoord bieden op vragen rondom het grensoverschrijdende geweld die zeventig jaar later nog steeds onbeantwoord zijn.

Elke groep zijn verhaal
De kans dat een definitief verhaal komt over die zwarte periode is helaas niet aanwezig. “We hebben te maken met zo veel conflicterende perspectieven op het geweld”, zegt Van Vree. “Elke groep of partij die toen betrokken was, heeft zijn eigen verhaal. Indonesische burgers, veteranen, Molukkers, Nederlandse repatrianten, Indische Nederlanders. Dat zijn geïsoleerde kennisgemeenschappen geworden die tegen elkaar aan schuren. We hopen dat onze integrale benadering nieuwe inzichten gaat opleveren.”

Religieuze gemeenschappen
Een van de sleuteltermen in het onderzoek wordt communicatie. “Wie wist wat, waar en wanneer. Hoe verliep de communicatie tussen al die spelers. We kijken dan naar terreinen als politiek, justitie en leger. Een vaak over het hoofd geziene bron zijn de religieuze gemeenschappen die destijds in Nederlands-Indië verbleven. We gaan bijvoorbeeld op zoek naar de archieven van kloosters die zich nu in Rome bevinden.”

Hoge verwachtingen
Van Vree verwacht veel van het project waarbij onderzoekers in samenwerking met Indonesische historici op regionaal gebied ontwikkelingen in kaart brengen. “We gaan dus echt diep graven. We nemen dan het leven op het dagelijkse niveau onder de loep, heel gedetailleerd. Die verschillende regio’s willen we met elkaar vergelijken. Waarom was het op de ene plek erger dan op de andere?”

Subsidie
In 2012 dienden de drie instituten een aanvraag in om toch eindelijk eens dieper te kijken naar de dekolonisatie. Dat wees het kabinet toen af om allerlei redenen. Eind vorig jaar besloot het kabinet toch tot een onderzoek. Voor dit onderzoek stelt het nu 4,1 miljoen euro beschikbaar. Eventuele overschrijdingen van het budget komen voor rekening van de instituten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het onderzoek naar de val van Srebrenica is de overheid geen opdrachtgever, maar subsidiegever.

Bron: Dagblad Trouw/Meindert van der Kaaij
Foto: KITLV