Nederlandse militairen zullen de Afghaanse strijdkrachten ook volgend jaar adviseren en trainen. Daarnaast blijft Nederland de wederopbouw van Afghanistan financieel ondersteunen. Het kabinet heeft besloten de militaire bijdrage aan de NAVO-missie Resolute Support met een jaar te verlengen. Maximaal 100 militairen blijven daardoor in 2017 actief in het noorden van Afghanistan, vooral vanuit de stad Mazar-e-Sharif. Duitsland leidt de missie in dit gebied. De Nederlandse militairen zullen nauw met de Duitsers blijven samenwerken.

De veiligheidssituatie in Afghanistan blijft slecht. De Afghaanse strijdkrachten hebben in de afgelopen jaren veel stappen voorwaarts gezet, maar zijn nog niet in staat (ook na vijftien jaar nog niet) zelfstandig de veiligheid in het Centraal-Aziatische land te garanderen. Internationale betrokkenheid (donorlanden) blijft van belang en daarom zet het kabinet Rutte II de Nederlandse bijdrage voort.

De NAVO-missie is gericht op de verdere opbouw van een professioneel Afghaans leger en politie. Een goed functionerend en betrouwbaar veiligheidsapparaat is een belangrijke voorwaarde voor veiligheid en het herstel van de ‘rechtsstaat’ in Afghanistan. Dit moet voorkomen dat het land opnieuw een uitvalsbasis wordt voor terroristische activiteiten, die zowel de Afghaanse bevolking als doelen in het westen bedreigen.

Naast de militaire bijdrage ondersteunt Nederland, in het kader van een geïntegreerde inzet, ook de verdere ontwikkeling van Afghanistan. Het kabinet zal die blijvende betrokkenheid op 4 en 5 oktober in Brussel bevestigen tijdens een internationale conferentie over Afghanistan. Het land heeft de afgelopen vijftien jaar een grote ontwikkeling doorgemaakt. Vooral op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en vrouwenrechten is er veel verbeterd in die gebieden/provincies die gecontroleerd worden door het bondgenootschap.

De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan zal de komende jaren constant gericht blijven op het verbeteren van de veiligheid en rechtsorde. Het kabinet zal de omvang van de hulp de komende jaren wel geleidelijk afbouwen van 60 naar 50 miljoen euro per jaar.

Bron: Mindef