De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) schetst geen fraai beeld van het besparingsbeleid in Europa. Een kwart van de bevolking – 123 miljoen mensen – lijdt onder de armoede. Zelfs een groei 15 tot 25 miljoen mensen onder de armoedegrens als de koers van de Europese Unie (EU) niet wijzigt.

Elk jaar verschijnen er interessante rapporten zoals het overzicht van de sociale bescherming in de wereld. In 1948 sprak de wereldgemeenschap af dat sociale zekerheid een van de rechten van de mens is. 66 jaar later blijft van die belofte, onder druk van privatisering, voor de meerderheid van de wereldbevolking niets meer over, zegt Sandra Polaski, vicedirecteur-generaal van de IAO.

Meer dan 70% van de wereldbevolking heeft geen enkel recht op sociale bescherming. De helft van alle bejaarden heeft zelfs geen pensioen. 40% van de wereldbevolking kan geen beroep doen op gezondheidszorg. Slechts 12% van alle werklozen ontvangt een uitkering.

De crisis en vooral het bezuinigingsbeleid dat na de financiële crisis van 2008 werd gevoerd, maakte de situatie alleen maar erger. In 2012 telde de EU al 123 miljoen inwoners onder de armoedegrens. Dat is 7 miljoen meer dan in 2008. Het aantal arme kinderen groeide in dezelfde periode met 800.000. De IAO wijst er op dat het aantal armen nog met 15 tot zelfs 25 miljoen kan groeien tegen 2025 als Europa dezelfde bezuinigingskoers blijft varen.

De verwezenlijkingen van het Europese sociale model, die de armoede dramatisch deed dalen en die in de periode direct na de Tweede Wereldoorlog voor grote welvaart zorgde, worden door de nieuwe bezuinigingen onderuitgehaald door korte termijn hervormingen. De landen van de EU zijn niet de enige die inzetten op harde besparingen. In maar liefst 122 landen worden de publieke uitgaven verlaagd. Maar liefst 40 daarvan zijn ontwikkelde landen.

Toch zijn er enkele landen die een andere koers zijn ingeslagen. Brazilië werkt al sinds 2009 aan een gestage uitbouw van de sociale bescherming. De Volksrepubliek China is goed op weg om alle ouderen een pensioen te geven. In beide landen werd ook het minimumloon substantieel verhoogd.

Landen als Argentinië, Chili en Polen kozen als eerste in de jaren ’80 en ’90 voor een privatisering van hun pensioenstelsels maar keren daar nu gedwongen door de harde realiteit op terug. Er moet een hervorming van de belastingen komen. Het is namelijk vreemd dat wij belasting heffen op arbeid maar gelijktijdig belasting op vermogen ongemoeid laten. Tijd voor herbezinning dus.

De EU laakt de “krachtige bescherming van insiders” op de arbeidsmarkt. Dat zou de beroepsmobiliteit binnen en tussen de sectoren afremmen. Het loonoverleg met inbegrip van de indexering moet hervormd worden. Gelukkig is op dat terrein is de toon wel wat gematigd. Een afschaffing van de automatische indexering wordt niet langer gevraagd. Een “hervorming in overleg met de sociale partners” blijkt vaak voldoende.

De EU stelt voor om de gunstige fiscale behandeling van de bedrijfswagen te herzien en de efficiëntie van het openbaar vervoer te verhogen. Dat terwijl u kunt zien dat het openbaar vervoer in Nederland op erg veel plaatsen door bezuinigingen teveel ingekrompen is en daardoor in efficiëntie hopeloos tekort schiet.

Ook de andere landen krijgen gelijke opties voorgeschoteld. Hoewel de IAO een organisatie is waarin regering, werkgevers en werknemersorganisaties een gelijkwaardige stem hebben, worden de adviezen tot nu toe steeds in de wind geslagen. De doelstelling van de Europese Unie om tegen 2020, 20 miljoen mensen uit de armoede te halen lijkt daardoor verder weg dan ooit.

bron: De wereld.be/Chirstophe Callewaert/redactie