Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft op 17 maart jl. ingestemd met het wetsvoorstel ‘Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd’. Dit voorstel wijzigt een aantal arbeidsrechtelijke bepalingen in verschillende wetten om het (door)werken na de AOW-gerechtigde leeftijd te vergemakkelijken. De PVV, de Groep Bontes/Van Klaveren, het CDA, de ChristenUnie, de SGP, de VVD, Klein, de Groep Kuzu/Öztürk, D66 en de PvdA stemden voor.

Het faciliteren van het werken na de AOW-gerechtigde leeftijd is naar de mening van de regering niet alleen van belang voor de samenleving als geheel, maar ook voor werknemers zelf die om uiteenlopende redenen behoefte kunnen hebben om te werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Ook kan hierdoor langer gebruik worden gemaakt van de ervaring en kennis van de generaties die nu aan het werk zijn. Het voorstel bevat maatregelen om verdringing van jongere werknemers door (door)werkende AOW-gerechtigden tegen te gaan.

In december 2014 schreven de vakcentrales VCP, FNV en CNV in een brief dat zij het wetsvoorstel hekelden, omdat het leidt tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. Door dit wetsvoorstel kunnen werkgevers aan AOW-gerechtigde werknemers meer tijdelijke contracten geven en hoeven zij bij ziekte minder lang het loon door te betalen. Het enige pluspunt uit de wet is dat de Wet minimumloon ook voor deze groep (door)werkenden van toepassing wordt.

Bij het wetsvoorstel werden drie amendementen aangenomen, die de oorspronkelijke plannen op een aantal punten wijzigden:

  1. Er komt een evaluatie van de wet die zich richt op de effecten in de eerste twee jaren na inwerkingtreding van het voorstel;
  2. De loon-doorbetaling-verplichting bij ziekte van een AOW-gerechtigde werknemer wordt dertien weken (in eerste instantie was het voorstel zes weken);
  3. De mogelijkheid om AOW-gerechtigde werknemers maximaal zes tijdelijke contracten te geven binnen een periode van maximaal 48 maanden.

Onderdeel van de evaluatie is in elk geval of de verkorting van de loon-doorbetaling-verplichting bij ziekte van AOW-gerechtigde werknemers leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was nog geregeld dat dit alleen in de CAO kon worden bepaald. Een ongewenste ontwikkeling omdat de kans reëel is dat reguliere banen worden verdrongen door deze flitscontracten voor gepensioneerde werknemers. De VCP vindt het goed dat deze loon-doorbetaling-verplichting wordt geëvalueerd, maar hoopt dat het niet te laat komt voor de grote groep oudere nog niet gepensioneerde werknemers, die nu aan de kant staan. De VCP had daarnaast liever gezien dat, zoals de partij 50PLUS heeft verzocht in een afgewezen motie, een loon-doorbetaling-verplichting van 26 weken zou gelden voor deze groep.

De AOW-leeftijd gaat sinds 2013 stapsgewijs omhoog. Het kabinet-Rutte-Asscher wil de AOW-leeftijd sneller verhogen naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021.

Voordat de maatregelen in werking treden, moet ook de Eerste Kamer nog met het wetsvoorstel instemmen. De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegendheid (SZW) bespreekt op 31 maart 2015 in een procedurevergadering op welke manier het voorbereidend onderzoek over dit wetsvoorstel plaatsvindt.

Bron: VCP
Eerste Kamer
rijksoverheid.nl

2 REACTIES

  1. Zoals het er nu voor staat – gemiddeld geen toename van de koopkracht. Werkenden gaan er dan nog wel 0,3 procent op vooruit, maar gepensioneerden verliezen 1,3 procent. Ze zijn dus gedwongen, maar dienen in bescherming genomen te worden. Veel bedrijven maken misbruik van deze toenemende groep werknemers, vaak werken ze nog meer uren als de gemiddelde werknemer. Natuurlijk hebben ze het recht om naast hun pensioen een stukje kaas op hun boterham te eten, maar stel dan wel een maximum voor het aantal uren dat ze willen of mogen werken.

Comments are closed.