Een emmer modderige metaaldelen. De eerste oogst van de grootschalige vliegtuigberging middenin het IJsselmeer. Vandaag is de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht begonnen met de opgraving van een Britse Vickers Wellington-bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog.

“We kunnen nu over de bodem van het IJsselmeer lopen”, vertelt majoor Arie Kappert, de bergingsofficier. Zo’n 17 kilometer ten zuidwesten van Lemmer is met metershoge stalen damwanden een bergingsput van ongeveer 30 bij 40 meter geconstrueerd, 4,5 meter onder het normale wateroppervlak.

In de bodem liggen vermoedelijk de resten van een Royal Air Force-toestel dat in 1941 is neergeschoten. De aan Nazi-Duitsland geadresseerde dodelijke lading nam de kist mee in het IJsselmeer. “500-ponders (4 stuks), 250-ponders (3 stuks) en 270 kleine brandbommen”, somt Kappert op.

Vanwege die bommenlast en de overige munitie is de Explosieven Opsporingsdienst nauw betrokken bij dergelijke vliegtuigbergingen. “Zij maken vandaag een eerste deel van de bodem vrij, zodat een minigraafmachine kan beginnen met graven”, vertelt Kappert. Het team doorzoekt de bodem minutieus. De berging moet binnen 4 weken zijn afgerond. “Alles gaat eruit. We leveren straks weer een schoon stukje IJsselmeerbodem op.”

Specialisten van de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht zoeken tussen de onderdelen naar menselijke resten. Uit een speurtocht door clandestiene wrakduikers weet het team dat er nog stoffelijke resten aan boord zijn, mogelijk van meerdere bemanningsleden. “Vermisten kunnen bergen is een erezaak voor het bergingsteam”, zegt Kappert. “Als ze d’r liggen, gaan we ze vinden.”

bron Mindef