Verkiezingen 2017: Standpunt CU over Defensie

580

Het verkiezingsprogramma 2017 van de ChristenUnie (CU) van lijsttrekker Gert-Jan Segers is een boekwerkje getiteld ´Hoopvol Realistisch’. De CU wil investeren in vrede en veiligheid en in het hoofdstuk ‘Dienstbaar in de wereld’ wordt uitgebreid uitgelegd welke rol Defensie daarin speelt en hoe deze partij aankijkt tegen de krijgsmacht.

Vrijheid is het verdedigen waard. Onze vrijheid, en de vrijheid van onze medemens. Overeenkomstig de oproep van de profeet Micha zoeken we naar vrede en recht voor onze stad, ons land en een wereld in nood. De krijgsmacht draagt bij aan de verdediging van vrede, vrijheid en gerechtigheid. En zo nodig vecht ze daarvoor. De krijgsmacht zet zich daarmee ook in voor de grondwettelijke opdracht om de internationale rechtsorde, vrede en veiligheid in de wereld te bevorderen. De veiligheidssituatie in de wereld geeft geen aanleiding om de defensie-inspanningen te verminderen. Nederland is de 6e economie van Europa en is als handelsnatie gebaat bij een vrije en veilige wereld. Ook is Den Haag de internationale stad van vrede en recht. Onze krijgsmacht moet daarbij passen.

  •  Richting NAVO-norm.
    In de komende kabinetsperiode wordt ingezet op een groeipad voor het defensiebudget, uiteindelijk richting de NAVO-norm van 2% van het BNP. In de komende kabinetsperiode betekent dit € 2 miljard per jaar extra voor Defensie.
  • Een nieuwe defensievisie.
    Uiterlijk 2018 wordt door het nieuwe kabinet een visie op defensie ontwikkeld in het licht van de gewijzigde internationale veiligheidsverhoudingen en de toegenomen budgettaire mogelijkheden.
  • Meerjarenplan voor Defensie.
    Regering en oppositie committeren zich aan een meerjarenplan voor Defensie, dat gekoppeld is aan meerjarige budgetafspraken, zodat er stabiliteit komt met betrekking tot onze internationale inzet en mogelijkheden.
  • Investeringen voor een veelzijdige krijgsmacht.
    De veelzijdigheid van de krijgsmachtsonderdelen, die heeft geleden onder de bezuinigingen en achterstallig onderhoud, wordt hersteld en is voortdurende innovatie/technologische vernieuwing noodzakelijk. Concreet betekent dit meer Korps Commandotroepen (KCT’ers) en mariniers, hoog technologische wapensystemen zoals de F35/JSF en de specifieke onderzeebootcapaciteit, onbemande vliegtuigen, cyber- en inlichtingencapaciteit om de krijgsmacht in staat te stellen terrorisme bij de bron aan te pakken.
  • Cyber is het vijfde domein binnen de krijgsmacht.
    De gevolgen van een cyberaanval kunnen enorm zijn voor een samenleving. Investeren in cyberkennis en -middelen en middelen om informatie- en inlichtingengestuurd optreden mogelijk te maken zijn essentieel om ook in het digitale tijdperk een succesvolle krijgsmacht te zijn.
  • Het gebruik van drones/onbemande op afstand bestuurbare systemen biedt kansen in nieuwe oorlogsvoering, maar het aantal burgerslachtoffers moet daardoor niet toenemen.
    Dit laatste kan door informatie- en inlichtingengestuurd optreden mogelijk te maken. Daarbij moet Nederland samen met andere landen optrekken om het op een verantwoordelijke en transparante wijze inzetten van drones in conflictsituaties te formaliseren en te bevorderen.
  • Duurzaam.
    Door te investeren in duurzaam opgewekte energie en reductie van gebruik van fossiele brandstoffen wordt de milieubelasting geminimaliseerd en blijft de krijgsmacht op lange termijn betaalbaar (naleven van Defensie Operationele Energiestrategie).
  • Militaire missies moeten deel uitmaken van een bredere strategie om vrede en stabiliteit in bepaalde gebieden te brengen.
    Dus niet alleen bombarderen, maar ook het opbouwen van een rechtsstaat en het verbeteren van de positie van vrouwen en christenen.
  • In bondgenootschappelijk verband wordt gestreefd naar beperking van kernwapens wereldwijd, ook binnen Europa.
  • Samenwerking in NAVO-verband, en binnen Europa, is voor Nederland essentieel. Zonder haar bondgenoten kan de krijgsmacht haar grondwettelijke taken onmogelijk waarmaken. De ChristenUnie steunt initiatieven tot internationale samenwerking, niet als bezuiniging, maar voor een beter getrainde, uitgeruste en inzetbare krijgsmacht.
  • De crises waarmee de EU wordt geconfronteerd aan haar buitengrenzen vragen om een gezamenlijke aanpak en een sterker (minder vrijblijvend) Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid.
    Inzet van militairen blijft de soevereine bevoegdheid van lidstaten, maar op het gebied van training, verwerving van materieel, standaardisatie en het uitvoeren van (gezamenlijke) operaties kan samenwerking geïntensiveerd worden. Samenwerking en harmonisatie van materieel in EU-verband staat niet los van samenwerking in NAVO-verband, er moet hierbij zoveel mogelijk gezocht worden naar synergie tussen beide veiligheidsorganisaties.
  • Gedeelde waarden en idealen zijn belangrijk voor de ChristenUnie bij de keuze van partnerlanden.
  • Zorg voor militairen.
    De ChristenUnie erkent dat militairen en hun omgeving persoonlijke offers brengen. De samenleving heeft een verplichting om te zorgen voor goede ondersteuning van militairen, hun omgeving en veteranen. Dit komt tot uiting in een goed personeelsbeleid en veteranenzorg/beleid. De nazorg voor uitgezonden militairen valt niet onder het budget van Defensie, maar van VWS: de zorg voor hen gaat ons allen aan en is van groot belang.
  • Geestelijke verzorging binnen Defensie handhaven.
    De CU spant zich in voor de handhaving van geestelijke verzorging voor militairen, omdat zij belast zijn met het hanteren van dodelijke wapens en keuzes over gebruik van geweld. Deze geestelijke verzorging is van belang vanuit het oogpunt van (na)zorg voor militairen en als onderdeel van ethische en morele vorming van militairen.
  • Mensenrechten integreren in alle beleidsterreinen – van ontwikkelingssamenwerking tot handel en Defensie.
  • De investeringen in Defensie ten goede laten komen aan de werkgelegenheid in de krimpregio’s.

Voor de ChristenUnie betekent dit dat (veel) meer geld moet naar Defensie, juist ook omdat de wereld onveiliger is geworden, de instabiliteit en statelijke en interstatelijke dreigingen zijn toegenomen. De dreiging heeft ook een veelzijdiger gezicht gekregen. Nu moet de krijgsmacht ook aan de eisen voldoen die worden gesteld door nieuwe dreigingen als irregulier optreden (zoals de Taliban in Afghanistan en IS in Irak, Syrië en Libië), hybride oorlogsvoering (zoals het Russische optreden in Oekraïne door het uitoefenen van economische druk, afsluiten van gasleveranties en het inzetten van Russische “vrijwilligers”), en terroristische en cyberdreigingen.

Mening ODB:
De ODB geeft géén stemadvies voor de komende Tweede Kamerverkiezingen. Trouwe lezers kunnen de komende weken door onze zorgvuldige weergaven van de verschillende politieke partijen zelf hun keuze bepalen op grond van de getoonde programma’s.

Bron: CU/redactie

Interessant? Deel het!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •