Burgemeester Van Aartsen van Den Haag onthulde zaterdag 13 juli jl. twee plaquettes met de namen van de militairen die in de meidagen van 1940 sneuvelden bij de verdediging van vliegveld Ockenburgh. De namen komen aan een muur van de kantine van sportaccommodatie Ockenburgh, het enige gebouw dat nog over is van de luchthaven.

Terwijl veel mensen Ypenburg en Valkenburg kennen van de verdediging van Den Haag, is luchthaven Ockenburgh, aan de zuidwestkant van de stad, tamelijk onbekend. Het is dan ook alleen voor de oorlogsvoering in gebruik geweest.

Op dit moment herinnert niets meer aan de gebeurtenissen uit 1940. Het enige tastbare is een gebouw uit 1936 met daarachter een sportveld. Geen enkele verwijzing naar de oorlog.

Nederland had eind jaren 30 door een toenemende oorlogsdreiging behoefte aan enkele hulpvliegvelden. Waarschijnlijk omdat in 1919 een luchtshow was gehouden in Ockenburgh, kwam ook deze locatie in beeld. Het sportveld kon dienen als start- en landingsbaan. Op 13 november 1939 werd het in gebruik genomen. Behalve de kantine waren er nog vier gebouwen, die na de oorlog werden afgebroken.

In de nacht van 9 op 10 mei 1940 vielen Duitse parachutisten het vliegveld aan. Ze wisten het in te nemen. Dankzij Nederlands kanonvuur vanuit het nabijgelegen Poeldijk en de inzet van een bataljon grenadiers werd de luchthaven al snel weer heroverd. Bij de gevechten kwamen op de grond 62 Nederlanders om het leven. Bovendien schoten de Duitsers een Nederlandse bommenwerper neer die zijn last had afgeworpen op het door de Duitsers bezette vliegveld. Alle vier de bemanningsleden van het toestel kwamen daarbij om.

De Haagse oud-wethouder Van de Laar heeft zich de afgelopen tijd ingezet voor een plaquette ter nagedachtenis aan de gesneuvelden. Zijn vader, die destijds 25 jaar was, vocht als grenadier bij Ockenburgh. „Hij is ongedeerd gebleven. Mijn vader heeft over die periode zelden iets verteld.” Volgens Van de Laar is het goed om te zorgen dat de geschiedenis van het vliegveld nooit wordt vergeten. Inmiddels is de sportkantine tot gemeentelijk monument verklaard.

Bron Reformatorisch Dagblad,  Johan Leeflang

KlussenKlussen