De afgelopen weken herstellen de financiële posities van de pensioenfondsen zich enigszins. Dat is positief nieuws. Toch blijft het de komende weken spannend. Eind dit jaar maken de pensioenfondsen de balans op.

Nog in de gevarenzone
In de afgelopen weken gaven de grote bedrijfstakpensioenfondsen PME, PMT, ABP, PfZW en Bouw al aan te verwachten dat zij in 2017 niet hoeven te korten. Dat komt vooral doordat beurskoersen stijgen en de langetermijnrente iets oploopt. Het is echter nog geen gelopen race. Uit de in november gepubliceerde najaarsrapportage van De Nederlandsche Bank (DNB) over de financiële posities van de fondsen blijkt dat met name een aantal kleinere pensioenfondsen met veel jonge deelnemers nog niet uit de gevarenzone zijn. Zij ervaren in het bijzonder de nadelen van de lage rente, waardoor de verplichtingen van het pensioenfonds onder het huidige financiële toetsingskader (FTK) fors oplopen en de dekkingsgraad daalt.

DNB beoordeelt herstelplan
Op 31 december maken de pensioenfondsen de balans op. In de periode daarna bekijken ze of hun herstelplan moet worden aangepast, zodat genoeg geld in kas is voor pensioenuitkeringen later. De Nederlandsche Bank beoordeelt of het herstelplan concreet en haalbaar is en of het pensioenfonds binnen de gekozen hersteltermijn kan herstellen. Daarnaast bekijkt zij of de maatregelen evenwichtig afgewogen zijn.

Langere hersteltermijn
Ook zal DNB op verzoek van de Tweede Kamer een nieuwe rapportage maken op basis van de financiële posities van de fondsen op 31 december 2016. Vervolgens zal staatssecretaris Klijnsma in overleg met sociale partners bekijken hoe de pensioenfondsen ervoor staan en al dan niet besluiten om pensioenfondsen een langere hersteltermijn te geven vanwege de bijzondere lage rente.

Bron: VCP