Naar aanleiding van Kamervragen van lid Karabulut (SP) aan de staatssecretaris van Defensie 18 april jl. over het gebruik van chroom-6 houdende verf bij de krijgsmacht heeft staatssecretaris Visser aangegeven  dat de Inspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aantal overtredingen heeft geconstateerd.

De Inspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: Inspectie SZW) heeft bij Defensie inspecties uitgevoerd op drie locaties: bij het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW), bij de Mechanische Centrale Werkplaats in Leusden en bij de Koninklijke Marine in Den Helder. De Inspectie heeft een aantal overtredingen geconstateerd en ze heeft op 15 april 2019 een vervolgbezoek gebracht aan het LCW naar aanleiding van de constateringen uit het rapport van december 2018. Daarmee is het nog een lopend traject.

 De belangrijkste geconstateerde overtredingen van de Inspectie SZW betreffen:

  1. Onvoldoende discipline bij en toezicht op veilig werken (zogenoemde hygiëne: eten op werkplek, etikettering, supervisie, gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen, etc.);
  2. De inspanningen voor de vervanging van carcinogene, mutagene en reproductietoxische (CMR)-stoffen zijn niet voldoende aangetoond;
  3. De inventarisatie van CMR-stoffen is niet op orde (welke stoffen, welke bewerkingen, aard blootstelling);
  4. De risicobeoordeling van CMR-stoffen is onvoldoende (de mate en duur blootstelling);
  5. Het preventief medisch onderzoek wordt niet uitgevoerd.

De gedane constateringen staan niet ter discussie. De Inspectie SZW houdt ons scherp en wijst ons op onze verantwoordelijkheden. Uiteraard trekken we ons de overtredingen aan, willen we deze oplossen en in de toekomst voorkomen. Niettemin waren ze ook voor een deel te verwachten (met uitzondering van de zogenoemde hygiëne). Dit omdat Defensie zich namelijk momenteel in een intensief verbetertraject bevindt, zoals ook opgenomen in het plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’ (4 december 2018). Dat traject is niet alleen noodzakelijk, maar ook omvangrijk en ambitieus. Het traject is in ontwikkeling, waarbij stap voor stap verbeteringen worden doorgevoerd, gericht op het toepassen van de arbeidshygiënische strategie (via A. substitutie, B. technische maatregelen, C. organisatorische maatregelen, D. persoonlijke beschermingsmaatregelen).

Ik onderstreep dat juist ten aanzien van het werken met chroom-6 de laatste jaren bij Defensie veel metingen zijn uitgevoerd, ook om de kwaliteit van de (persoonlijke) beschermingsmiddelen te valideren. Maar Defensie is er nog niet, zoals verwoord in het plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’ en dat is de reden dat de komende jaren met prioriteit een inhaalslag wordt gemaakt. De consequentie daarvan is wel dat ook bij toekomstige inspecties niet kan worden uitgesloten dat de Inspectie SZW dergelijke bevindingen blijft doen. Dat is onbevredigend en Defensie neemt dan ook passende (tijdelijke) mitigerende maatregelen (zoals afzuiging, aparte voorbewerkingsruimtes en persoonlijke bescherming) om blootstelling boven de grenswaarden te voorkomen. Defensie heeft in 2018 onder andere onderzoek laten uitvoeren door de interne arbodienst Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG). Uit het CEAG-rapport blijkt dat afdoende maatregelen worden genomen om veilig te kunnen werken. Daarnaast moet het genoemde verbetertraject leiden tot meer structurele borging van de gezondheid en veiligheid van het personeel. De kern hierbij is dat er structureel veilig wordt gewerkt waarbij het doel is hoger te komen in de arbeidshygiënische strategie.

Het formele werkgeverschap van de minister van Defensie als centrale werkgever is in Defensie grotendeels gemandateerd aan de commandanten van de zelfstandige eenheden op het niveau van bataljon, bedrijf, vliegbasis etc. Zij zijn de zogenoemde ‘decentrale werkgever’ en zij zijn verantwoordelijk voor het veilig en gezond werken op onder andere bovengenoemde locaties in Woensdrecht, Leusden en Den Helder. De verantwoordelijkheid voor het veilig werken, inclusief het correcte gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, is dan ook een zaak van deze lokale commandant. Ook het initiatief om voorzieningen aan te laten passen ligt bij de commandant. De gedane constateringen zijn voor Defensie aanleiding geweest om commandanten nog een keer nadrukkelijk te wijzen op hun verantwoordelijkheden. Dit wordt ondersteund door communicatie vanuit de Directie Veiligheid. Het menselijk handelen blijft echter altijd van belang en vraagt continue aandacht.

Nalatigheid bij de diverse krijgsmachtdelen?
We hebben dat als Defensie inderdaad niet goed gedaan. Veilig werken met chroom-6 is voor mij een prioriteit. De basis – het creëren van de randvoorwaarden zoals voorzieningen en het opstellen en actualiseren van protocollen en procedures om veilig te kunnen werken – is gelegd. Defensie heeft met het plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’ als doel om hoger te komen in de arbeidshygiënische strategie. Ondertussen wordt veilig gewerkt met behulp van verschillende maatregelen de komende jaren, zoals het gebruik van goede persoonlijke beschermingsmaatregelen.

Zolang het werken met chroom-6 nog niet helemaal kan worden uitgesloten (door substitutie), zolang we vooral afhankelijk zijn van het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmaatregelen en totdat het verbetertraject tot structurele verbeteringen heeft geleid, zijn incidenten niet helemaal uit te sluiten. Voor mij is het belangrijk dat wij hier open over zijn en maximaal inzetten op het verbetertraject.

Maatregelen Defensie ter controle
Hier verwijst de staatssecretaris naar het plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’ van 4 december 2018. De Directie Veiligheid voert de regie op de in het plan van aanpak genoemde maatregelen zoals de reeds genoemde NIGS of de ontwikkeling van een e-learning module “veilig werken met chroom-6”. Er is overleg met de Inspectie SZW over deze problematiek. De in 2018 opgerichte Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) heeft een onafhankelijke positie en houdt toezicht op de kwaliteit van de taakuitvoering en de naleving van wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid. De Inspectie SZW heeft uiteraard een eigen controlerende taak.

Wat houdt de ‘road to zero’ in?
De Inspectie SZW richt zich op het verminderen van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Er wordt door de Inspectie prioriteit gegeven aan kankerverwekkende stoffen die een grote impact hebben. Chroom-6 is een stof die grote gezondheidsschade kan toebrengen. Het motto van de Inspectie SZW hierbij luidt: ‘road to zero’: zorgen dat de blootstelling aan deze stof zo laag is dat er geen gezondheidseffecten optreden. Inspecteurs controleren of bedrijven die met chroom-6 werken alternatieve processen kiezen of maatregelen nemen om de blootstelling zo laag mogelijk te houden. Zie ook het jaarverslag van de Inspectie SZW over 2018 (van 7 mei 2019).

Defensie sluit met het plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’ aan bij dit motto met het zoveel mogelijk uitbannen van chroom-6 en overige CMR-stoffen. Via onder andere organisatorische, technische en persoonlijke beschermingsmaatregelen wordt de kans op blootstelling teruggedrongen. Defensie streeft naar het stofvrij werken.

Plan van aanpak Defensie
Het betreft de inspanningsverplichting om te zoeken naar alternatieve, minder gevaarlijke bedrijfsstoffen. Dit is onderdeel van de arbeidshygiënische strategie uit de ARBO-wetgeving en aan dit continue proces conformeert Defensie zich, zoals ook verwoord in het plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’. Defensie heeft hiervoor bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO) een defensiebreed werkend kenniscentrum brand- en bedrijfsstoffen ingericht met hoogwaardige chemisch-technologische expertise die deze verplichting voor Defensie als geheel uitvoert, in nauw overleg met leveranciers van stoffen en fabrikanten van de wapensystemen. Maar omdat het vervangen van CMR-stoffen bij Defensie niet op lokaal niveau gebeurt, konden de inspecteurs bij de gehouden inspecties de Defensie-inspanningen in dezen niet vaststellen. Daar dit ook bij toekomstige inspecties zo zal zijn, is inmiddels in overleg getreden met de Inspectie SZW.

De inventarisaties en risicobeoordelingen van gevaarlijke stoffen zijn thans in uitvoering onder de naam ‘Nadere Inventarisatie Gevaarlijke Stoffen’ (NIGS) en ze zijn een onderdeel van het plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’ (deadline eind 2020). Defensie volgt hierbij het 4-stappenmodel van de Inspectie SZW en gebruikt de applicatie ‘Stoffenmanager’. Het gaat hierbij om ongeveer 5.000 bedrijfsstoffen, waarvan ongeveer 250 stoffen zijn geclassificeerd als carcinogeen of mutageen en ongeveer 670 als reprotoxisch. Met veel van deze stoffen wordt op een groot aantal plaatsen diverse bewerkingen uitgevoerd. Het uitvoeren van het complete NIGS-programma is dus een langjarige inspanning. De prioriteit ligt daarbij op achtereenvolgens chroom-6, overige geëtiketteerde CMR-stoffen en tenslotte de blootstellingen aan ‘stoffen zonder eigenaar’ (zoals door verbrandingsprocessen). Op de locaties waar aan chroom-houdend materieel wordt gewerkt, zijn inmiddels blootstellingsbeoordelingen uitgevoerd door de arbeidshygiënisten van de interne arbodienst van Defensie, het Coördinatie en Expertisecentrum Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG). Deze beoordelingen zijn vastgelegd in rapportages, maar deze zijn echter nog niet allemaal vastgelegd in de Stoffenmanager, wat de Inspectie SZW ook terecht heeft geconstateerd. Zoals hierboven gemeld, zal dit eind 2020 zijn voltooid.

De planning is vooralsnog om eind 2020 de in het plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’ genoemde maatregelen en daarmee de gedane constateringen opgelost te hebben. De in dit plan genoemde infrastructurele aanpassingen voor de Afdeling Techniek van de Mechanische Centrale Werkplaats in Leusden (gereed 2021) en het onderzoek naar het toepassen van spuitrobots (gereed 2022) vergen echter meer tijd. Bij de begroting wordt u over de voortgang geïnformeerd.

Waarom geen chroom-6-vrije verf die al beschikbaar is?
Samen met andere overheden, branchepartijen en een aantal grote opdrachtgevers, streeft Defensie ernaar dat chroom-6 waar dat kan altijd wordt vervangen door een alternatief dat niet of minder schadelijk is voor de gezondheid. Toepassen van chroom-6 is alleen nog toegestaan wanneer daar onder de EU-verordening Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen (REACH) een autorisatie voor is afgegeven of waarvan een aanvraag voor gebruik nog in behandeling is. Defensie volgt hierbij een actief beleid om chroom-6 uit te bannen op grond van REACH. Waar dit niet mogelijk is, worden maatregelen toegepast ter bescherming (plan van aanpak ‘Beheersing Chroom-6’). Defensie en bovengenoemde partijen blijven dus de komende jaren geconfronteerd met de aanwezigheid van chroom-6, omdat niet altijd gecertificeerde chroomvrije alternatieven beschikbaar zijn en chroom-6 is verwerkt in materiaal en vastgoed. Tot op heden blijkt dat een sluitende inventarisatie van alle materialen waar chroom-6 vrijkomt of vrij kan komen in de toekomst helaas niet mogelijk is. Het snel afstappen van het werken met chroom-6 is daarom nog niet mogelijk. Veilig werken met de gevaarlijke stof is dat wel! 

Uitbannen chroom-6
Het uitgangspunt voor Defensie is het actief uitbannen van chroom-6. Over het terugdringen van chroom-6 houdende verf bij luchtvaartsystemen heb ik u geïnformeerd. Dit heeft geleid tot diverse gecertificeerde oplossingen per luchtvaartsysteem zoals, o.a. aangegeven in het plan van aanpak ‘Beheersing chroom-6.

Bron: tweedemonitor.nl
Foto: