Ongewenste buitenlandse inmenging raakt het fundament van de Nederlandse democratische rechtsorde en onze open samenleving en is dus volstrekt onwenselijk. Ook omdat deze inmenging kan leiden tot spanningen tussen bevolkingsgroepen in Nederland. Dat zeggen ministers van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 16 maart 2018 in een brief aan de Tweede Kamer over dit bijzondere fenomeen.

Inmenging kan op verschillende manieren plaatsvinden. Landen zoals Rusland en China maken gebruik van kwetsbaarheden van open en democratische samenlevingen voor heimelijke politieke beïnvloeding, bijvoorbeeld door de verspreiding van desinformatie. Ook zijn er landen die zich voor binnenlandse politieke doelen richten op hun diaspora, met spanningen in Nederland als mogelijk gevolg. Zoals bijvoorbeeld gebeurde bij de intimidatie van Nederlandse Eritreeërs. Ook de financiering van bepaalde religieuze instellingen vanuit de Golfstaten Koeweit, Qatar en Dubai is ongewenst.

Het stoppen en voorkomen van ongewenste buitenlandse inmenging gaat op meerdere manieren. Door het verkrijgen van een goede informatiepositie, nationale en internationale samenwerking en het vergroten van de weerbaarheid in Nederland. Dat gebeurt doorlopend door onder meer het werk van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, via diplomatieke kanalen en investeringen in de weerbaarheid van verkiezingen en overheidsorganisaties.

Daarnaast voert het Kabinet op dit moment een aantal verkenningen uit.

  1. Zo worden binnenkort maatregelen gepresenteerd die de financiering van Nederlandse politieke partijen uit het buitenland moet beperken.
  2. Het Kabinet verkent daarnaast de mogelijkheden om de transparantie van geldstromen naar maatschappelijke en religieuze organisaties te vergroten.
  3. Ook bekijkt het ministerie van Binnenlandse Zaken of lokale bestuurders voldoende kunnen doen bij vermoedens van ongewenste buitenlandse inmenging. Zoals door het geven van voorlichting en trainingen om het bewustzijn op dit onderwerp te vergroten.

Bron: Ministerie van justitie en veiligheid
Foto: Redactie